is toegevoegd aan uw favorieten.

Zielsverwanten

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«wi legei,jK zou kunnen bereiken. Hij had reeds met zijn bruid over dit plan gesproken; zij prees hem er over en was hoogelijk met zijn voorstel ingenomen; maar misschien meer nog om Ottilie dien jongen man te onttrekken — want

zij meende iets als genegenheid bij hem te bespeuren als

dat zij er aan dacht zelf van zijn talent gebruik te maken. Want hoewel hij zich bij haar plotseling geïmproviseerde teesten zeer handig betoond had en bij deze en gene inrichting dikwijls groote diensten had bewezen, geloofde zij dat zij het zelf toch altijd nog beter kon; en aangezien haar invallen meestal zeer gewoon waren, kon de handigheid van een vluggen kamerdienaar evengoed volstaan om ze tot uitvoering te brengen als die van den voortreffelijksten kunstenaar. Hooger dan tot een altaar waarop geofferd werd, of tot een bekransing, hetzij van een gipsen- of van een levend hoofd, kon haar verbeeldingskracht zich niet verheffen wanneer zij eens iemand op zijn verjaardag een feestelijke attentie wilde bewijzen.

Ottilie kon den bruidegom, die informeerde naar de verhouding waarin de architekt tot het gezin stond, de best mogelijke inlichtingen geven. Zij wist dat Charlotte reeds vroeger naar een betrekking voor hem had uitgezien. Want indien de gasten niet gekomen waren, zou de jonge man dadelijk na de voltooiing der kapel vertrokken zijn, omdat alle gebouwen gedurende den winter zouden moeten stil liggen, en het kwam dus heel goed uit wanneer de bekwame kunstenaar dan door een nieuwen beschermer weer gebruikt en geholpen kon worden.

De persoonlijke verhouding tusschen Ottilie en den architekt was geheel rein en onbevangen. Zijn aangename en bezige aanwezigheid had haar, als de nabijheid van een ouderen broeder, onderhouden en verheugd. Hare gevoelens voor hem bleven aan de rustige, hartstochtelooze oppervlakte der bloedverwantschap: want in haar hart was geen plaats meer, het was boordevol van haar liefde tot Eduard en slechts de Godheid, die alles doordringt, kon dit hart tegelijk met hem bezitten.

Zielsverwanten.

12