is toegevoegd aan uw favorieten.

Voor de practijk der godzaligheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kapittel of wat achtereen, en dan misschien nauwelijks twee verzen in een geheele week? Wat beteekent uw toewijding aan God, als dat, om zoo te zeggen, maar een toewijding bij buien is, zoodat ge nu eens alles, dan weêr niets voor dien God over hebt? Wat heeft de wereld aan uw ijver, wanneer gij behoort tot dat prikkelbare en prikkelende ras van wispelturige menschen, die onder het maken van veel beweging op het een of ander philantropisch stokpaardje gaan zitten, en er meê weg hollen door dik en dun heen, totdat ze plotseling er genoeg van krijgen en dat veelbelovend speelgoed wegwerpen, om fluks weêr op een ander stokpaardje een even dwazen rit te gaan ondernemen ?

Of wij dan die prozaïsche, land vaderlijke kalmte aanprijzen, die aan allen hoogeren gloed en aan alle stouter bezieling is gespeend? Of wij de koninklijke sprongen, waartoe soms het geloof den geloovige aanspoort, afkeuren in naam van een bedeesde voorzichtigheid, die angstvallig met de gewoonte rekent en nooit iets wint? Of wij waarschuwen tegen het doen van groote dingen, die de wereld niet kan zien verrichten zonder vromelijk een kruis te slaan, en waarbij de kruideniersgeest van die wereld nog altijd van uitzinnigheid en dweepzucht staat te smalen? Of wij liever hebben dat de Jansaliegeest u in slaap wiegt, dan dat een hoogere heldengeest u aanvuurt en wakker maakt en wakker houdt? Dat zij verre!