Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4. Door ons kan, Gedeputeerde Staten der provincie gehoord, voor elke provincie bepaald worden waar en tot welk bedrag de minima van jaarwedden voor de verschillende onderwijzers aan de onderscheidene klassen van scholen hooger zijn zullen dan het bedrag hiervoreir bepaald.

5. De bepalingen van dit artikel gelden slechts voor de onderwijzers, die in het bezit zijn van eene der akten van bekwaamheid, genoemd in artikel 77a en b, en niet uitsluitend belast zijn met het geven van onderwijs in een of meer der vakken, in artikel 2 vermeld onder h—u."

6. Het hoofd der achool geniet behalve zijne jaarwedde vrije woning, zoo mogelijk met eenen tuin.

7. Ingeval hem geen vrije woning kan verschaft worden, ontvangt hij eene vergoeding voor huishuur ten bedrage van ten minste honderd vijftig gulden per jaar.

8. Elk der mannelijke onderwijzers, die het hoofd der school bijstaan, geniet, indien hij den leeftijd van acht en twintig jaren heeft bereikt en hetzij gehuwd is, hetzij als weduwnaar inwonende minderjarige kinderen heeft, eene tegemoetkoming in de huishuur ten bedrage van ten minste vijftig gulden per jaar.

9. Met inachtneming dezer voorschriften worden de jaarwedden der onderwijzers, de vergoeding voor huishuur voor de hoofden van scholen, en de in het vorig lid bedoelde tegemoetkoming door den gemeenteraad onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten geregeld. Die goedkeuring blijft niet langer dan tien jaar van kracht.

10. Ingeval van hooger beroep bij Ons van het besluit van Gedeputeerde Staten, wordt bij Onze beslissing de vereischte regeling vastgesteld.

Art. 27. 1. Boven en behalve de vaste jaarwedde in artikel 26 bedoeld, geniet de onderwijzer, belast met het geven van herhalingsonderwijs, genoemd in artikel 17, eene belooning van ten minste zestig cent per lesuur.

2. Met inachtneming van dit voorschrift worden de belooningen der onderwijzers voor het geven van herhalingsonderwijs door den gemeenteraad onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten geregeld.

De bepalingen van dit artikel gelden niet voor de onderwijzers, uitsluitend belast met onderwijs in één of meer der vakken, genoemd in artikel 1 onder h tot en met u.

Met inachtneming dezer voorschriften en met de bepaling, dat de salarissen der onderwijzers en onderwijzeressen, zo gehuwden als ongehuwden, gelijk zijn, worden de jaarwedden der onderwijzers door de gemeenteraad onder goedkeuring van Ged. Staten geregeld. Die goedkeuring blijft niet langer dan tien jaren van kracht.

In geval van hoger beroep bij Ons van het besluit van Ged. Staten, wordt bij onze beslissing de vereiste regeling vastgesteld.

Indien de onderwijzer wordt opgedragen het geven van onderwijs buiten de gewone schooluren, ontvangt hij daardoor een beloning van tenminste ƒ 1.50 per lesuur.

Verzuim wegens ziekte, zwangerschap, of het vervullen van door de wet opgelegde militaire plichten, heeft geen inhouding van wedde tengevolge.

9. Van de pensioenen.

Art. 39. Aan de onderwijzers wordt, in de gevallen bij artikel 40 en onder de voorwaarden bij artikelen 43 en 44 dezer wet gesteld, pensioen verleend ten laste van het Rijk..

Art. 40. 1. Recht op pensioen wordt verkregen door na volbrachten vijf en zestigjarigen leeftijd bekomen ontslag.

2. Pensioen wordt insgelijks verleend aan een onderwijzer, die na tienjarigen diensttijd uit hoofde van ziels- of lichaamsgebreken voor de waarneming zijner

1. Er wordt geen premie geheven.

2. Ouderdomspensioen:

a. Bij volbraóhte 55-jarige leeftijd is de onderwijzer gerechtigd en op 60-jarige leeftijd verplicht pensioen te nemen, onverschillig hoeveel dienstjaren hij heeft.

b. Er wordt ten opzichte van deze bepalingen geen onderscheid gemaakt tussen mannen en vrouwen.

Sluiten