Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i. van vijf jaren en meer, maar nog geen tien jaren : op vijf-en-zestig-honderdsten van die inkomsten;

o. van tien jaren en meer: op tachtig-honderdsten van die inkomsten;

met dien verstande, dat het wachtgeld voor den onderwijzer, niet uitsluitend belast met het onderwijs in een of meer der vakken, genoemd in art. 2 onder /, m, n, o en p niet op minder dan ƒ 500 's jaars zal worden bepaald.

4. Onder diensttijd in het voorgaande lid wordt verstaan de diensttijd, die in aanmerking komt voor pensioen. Onder inkomsten in het voorgaande lid wordt verstaan het gezamenlijk bedrag, in art. 43, tweede lid, genoemd.

5. Het wachtgeld vervalt:

a. indien de onderwijzer in de termen komt om pensioen te genieten, met den dag waarop het pensioen ingaat;

b. indien de onderwijzer tot eene betrekking van Rijks-, provincie* of gemeentewege wordt benoemd, waarvan de bezoldiging met het bedrag van het wachtgeld gelijkstaat of dit overtreft, of zoodanige betrekking, hem niet van Rijks-, provincie- of gemeentewege opgedragen aanvaardt, met den dag waarop de benoeming ingaat;

c zoodra de onderwijzer, met een diensttijd van minder dan vijf jaren, zijn wachtgeld gedurende het dubbele van zijn diensttijd genoten heeft;

d. zoodra de onderwijzer, met een diensttijd van vijf jaren en meer, maar nog geen tien jaren, zijn wachtgeld gedurende tien jaren genoten heeft;

e. zoodra de onderwijzer, met een diensttijd van tien jaren en meer, maar nog geen twintig jaren, zijn wachtgeld gedurende vijftien jaren genoten heeft.

6. In de gevallen, onder d en e van het voorgaande lid bedoeld, behouden Wij Ons de bevoegdheid voor, aan den onderwijzer opnieuw een wachtgeld toe te kennen, telkenmale voor den duur van vijf jaren. Alsdan wordt het wachtgeld de eerste maal op het twee-derde gedeelte en de volgende malen op de helft van het oorspronkelijk wachtgeld bepaald.

7. Bij de aanvaarding van eene betrekking, al dan niet van Rijks-, provincie- of gemeentewege opgedragen, waarvan de bezoldiging lager is dan het wachtgeld, wordt het wachtgeld verminderd met het bedrag dier bezoldiging.

8. Gedurende het vervullen van eene betrekking van Rijks-, provincie- of gemeentewege voor een bepaalden tijd opgedragen, wordt het wachtgeld, op den voet van het vijfde en zevende lid, geheel of gedeeltelijk geschorst.

9. De wachtgelden worden in volle guldens verleend. Onderdeelen van een gulden komen daarbij voor een gulden in berekening.

dragen, wordt het wachtgeld geheel of gedeeltelik geschorst.

5. Het wachtgeld vervalt

a. indien de onderwijzer in de termen komt om pensioen te genieten met de dag waarop het pensioen ingaat.

b. indien de onderwijzer door 't Rijk, of 'n Gemeente benoemd in 'n betrekking als onderwijzer, waarvan de bezoldiging met 't bedrag van 't wachtgeld gelijkstaat of dit overtreft, en hij deze betrekking binnen drie maanden na de benoeming niet aanvaardt.

c. indien de onderwijzer in 'n andere betrekking door Rijk, Provincie of Gemeente benoemd, waaraan gelijk pensioen en bij opheffing der betrekking gelijk wachtgeld verbonden is en waarvan de bezoldiging met het bedrag van het wachtgeld gelijk is of dit overtreft, die betrekking binnen drie maanden na de benoeming niet aanvaardt.

d. wanneer de onderwijzer'n betrekking waarvan de bezoldiging gelijk aan of hoger dan 't wachtgeld is, en waartoe hij niet van Rijks-, Provincie- of Gemeentewege is benoemd, aanvaardt.

6. De tijd, gedurende welke wachtgeld wordt genoten, telt mee voor aanspraak op pensioen.

7. In de aan onderwijzers te verlenen wachtgelden wordt door de gemeente aan het Rijk een bedrag vergoed, gelijkstaande met de helft van het wachtgeld.

11. Van de rechtspositie der onderwijzers.

Art. 9. 1. Hij, die in strijd met het voorschrift van artikel 5 schoolonderwijs geeft in een afgekeurd lokaal, of die, als hoofd der school in een vertrek meer leerlingen toelaat, dan het naar de in artikel 4 bedoelde regelen mag bevatten of daarin kweekelingen toelaat, zonder dat de vereischte schriftelijke kennisgeving daaraan is voorafgegaan, of wel anders dan op den voet, bij het voorgaand artikel bepaald.

Sluiten