Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tmeente en zenden daarvan afschrift aan den arron■dissements-schoolopziener; deelen aan dezen de belangrijke veranderingen mede, die het , schoolwezen heeft ondergaan; geven hem, den districts-schoolopziener en den provincialen inspecteur alle inlichtingen die deze verlangen; verleenen den onderwijzers, die hare voorlichting, hulp of medewerking vragen, bijstand, en beijveren zich, den bloei van het onderwijs naar vermogen te behartigen.

Art. 98. De arrondissements-schoolopzieners zorgen "voortdurend bekend te blijven'met den toestand van het schoolwezen in hun arrondissement; bezoeken twee malen 's jaars alle daarbinnen gelegen scholen, waar lager onderwijs wordt gegeven, en houden van dat schoolbezoek nauwkeurig aanteekening; waken dat de* verordeningen op het lager onderwijs stipt nageleefd worden; treden in overleg met de plaatselijke schoolcommissiën en de gemeentebesturen; doen zoowel aan dezen als aan de districts-schoolopzieners de voorstellen die zij in het belang van het onderwijs achten; doen aan den districts-schoolopziener na verloop van elke drie maanden opgave van de door hen gedurende dat tijdvak bezochte scholen; geven hem kennis van al hetgeen hun bij het schoolbezoek belangrijk is voorgekomen en verstrekken hem alle inlichtingen die hij verlangt'; behartigen de belangen der onderwijzers, bevorderen hunne bijeenkomsten en wonen die zooveel mogelijk bij.

Art. 99. 1. De districts-schoolopzieners zorgen, zoo door schoolbezoek als door mondeling en schriftelijk overleg met de arrondissements-schoolopzieners, plaatselijke commissiën en gemeentebesturen, voortdurend bekend te blijven met den toestand van het lager schoolwezen in hun district en de verbetering en den bloei daarvan te bevorderen; zij oefenen het hun opgedragen toezicht met nauwlettendheid uit en waken, dat de verordeningen op het lager onderwijs stipt worden nageleefd; zij doen aan den inspecteur de voorstellen, die- zij in het belang van het onderwijs achten, en geven hem alle inlichtingen die hij verlangt.

2. Elk hunner doet jaarlijks vóór lo. Mei een beredeneerd verslag van den toestand van het lager onderwijs in zijn district aan den inspecteur toekomen en zendt daarvan afschrift aan Gedeputeerde Staten •der provincie.

Alle leden der kommissie hebben als zodanig dezelfde rechten. In zaken van persoonlike aard, een lid-onderwijzer betreffende, onthoudt deze zich van|stemming.

De kommissie is belast met 't toezicht in zijn volle omvang op het onderwijs in de gemeente.

Tevens geeft zij advies aan B. en W. en de Raad over alle zaken, het onderwijs betreffende. B. en W. zijn verplicht dit advies in te winnen bij elk onderwijsvoorstel, waarover B. en W. of de raad een besluit wensen te nemen.

Ook heeft de kommissie het recht zich met verzoeken en voorstellen omtrent onderwijszaken te wenden tot het bestuur der gemeente.

II. Hygiënies toezicht.

In elke gemeente worden door de Raad een of meer schoolartsen benoemd. Deze oefenen het toezicht uit op de scholen en de leerlingen ten opzichte van die zaken, welke van invloed kunnen zijn op de gezondheidstoestand der leerlingen en onderwijzers.

Zij geven omtrent deze zaken advies aan het gemeentebestuur, de schoolopziener en de Plaatselike Kommissie van Toezicht en hebben tevens het recht aan deze personen en kolleges die voorstellen te doen, welke zij in 't belang der hygiëne nodig achten.

Zij hebben, ook zonder lid te zijn van de PI. Kommissie van Toezicht, toegang tot alle vergaderingen van dit kollege en hebben daar een adviserende stem.

Art. 100. De inspecteurs trachten, zoo door schoolbezoek als door mondeling en schriftelijk overleg met de districts-schoolopzieners en arrondissementsschoolopzieners, plaatselijke commissiën en gemeentebesturen, de verbetering en den bloei van het lager schoolwezen te bevorderen; zij' lichten Onzen Minister, met de uitvoering dezer wet belast, voor omtrent alle onderwerpen, waarover hun oordeel gevraagd wordt; zij vervaardigen uit de jaarlijksche verslagen der districtsschoolopzieners en uit hunne eigene aanteekeningen jaarlijks een beredeneerd verslag omsrent den toestand van het onderwijs ip, de^pj'ovincie of provinciën en zenden dit vóór lo. Juli aan Onzen Minister voornoemd

Art. 101. 1. De inspecteurs, districts-schoolopzieners en arrondissementsschoolopzieners hebben toegang tot de vergaderingen van alle plaatselijke commissiën binnen hun ambtsgebied en kunnen zoodanige vergaderingen beleggen.

Sluiten