Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zooveel langer behoeven te duren, omdat dan eventueel een tweede ploeg werklieden te werk gesteld had kunnen worden.

In 't algemeen was deze wijze van zöneverdeeling en toewijzing door den heer Van Oldenborgh ook overwogen maar door hem verworpen met de opmerking „dat hij geen boedelberedderaar was," een eenigszins zonderlinge opvatting. Men zou zoo zeggen dat als men door boedelberedderaar te zijn eenige honderdduizenden menschen aan goed drinkwater kon helpen, men eventueel aanwezige eigenliefde op zij moest zetten en die taak op zich nemen, 't Kon later ook wel eens blijken loonender te zijn. Voor groote plannen geldt nog altijd het spreekwoord, qui trop embrasse mal etreint.

Intusschen, als gezegd, sloeg het Rijksbureau bovengenoemden weg niet in, maar ontwierp een afzonderlijk plan met een prise d'eau te Ammerstol a/d Lek, vanwaar het water door één buisleiding, naar het noorden wordt gevoerd. Door de Lek werd een zinker geprojecteerd voor wateraanvoer naar een gedeelte van Alblasserwaard en Vijfheerenlanden. Hoofdzaak voor dergelijke groote werken zijn natuurlijk de kosten.

Nu is boven reeds met een enkel woord aangestipt dat verdeeling van een groot verzorgingsgebied in onderdeelen elk met een eigen prise d'eau de voorkeur verdient boven één enkele groote waterwinplaats in de eerste plaats om de kosten. Wij noemden reeds de aansluitingskosten der gemeente Ouderkerk, aan het Centrale plan, deze bedroegen ƒ 140.000, terwijl de aansluiting aan de naburige waterleiding slechts ƒ 82.000 kostte en in een goed half jaar haar beslag kreeg. Het kostenverschil wordt nog grooter, wanneer men in aanmerking neemt dat de aansluiting van

Sluiten