Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bepalingen in het leven te roepen tot bescherming van het kind. Het eerst kwam in 1889 in Frankrijk op aanstichten van den senator Th. Roussel eene wet tot stand, waardoor aan de overheid de macht werd gegeven om waar noodig in het huisgezin in te grijpen. In België werkte Minister Le Jeüne in dezelfde richting en diende een ontwerp van wet in, dat ten doel had de mogelijkheid te openen dat onwaardige ouders uit de ouderlijke macht zouden kunnen worden ontzet. Op zijn initiatief werden daarna meerdere internationale Congressen gehouden ter bespreking van de moeielijke vraagstukken die de regeling van dit onderwerp aan alle zijden doet rijzen.

Bij ons te lande was het Genootschap tot Zedelijke Verbetering der Gevangenen een der eersten die voor de nieuwere denkbeelden op dit gebied baan trachtte te breken.

De Maatschappij tot Nut van 't Algemeen stelde van hare zijde een onderzoek in omtrent het vraagstuk der verwaarloosde kinderen in Nederland en gaf van hare bevindingen een dooiden Heer Th. Nolen bewerkt, doorwrocht rapport uit.

Mr. H. L. Asser beantwoordde eene door Talitha Kümi uitgeschreven prijsvraag, onder den titel van „Bescherming van minderjarigen".

Voorts verschenen in de laatste jaren vele andere geschriften o. a. van Mrs. Levy, Boissevain, Goenen, Byleveld, de Savornin Lohman, alle over hetzelfde onderwerp.

Eindelijk diende de Minister Van der Kaay in 1897 kort voor zijn aftreden het eerste wetsontwerp in op de Kinderbescherming en zijn opvolger, de tegenwoordige Minister v. Justitie, Cort van der Linden trok het voorstel-van der Kaay in en verving dit door een viertal wetsontwerpen tot wijziging en aanvulling van de bepalingen der bestaande wetten, ten einde het doel, betere bescherming van het kind, te bereiken.

Moge het hem gegeven worden die ontwerpen tot wet te zien verheven.

Sluiten