Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

factor — tot zelftucht, de eerste eisch voor ieder, die steun moet brengen in anderer leven.

Ik stel dit op den voorgrond, omdat in dezen middag eene gedachtenwisseling zal plaats hebben over de vraag : op welken leeftijd het in 't algemeen gewenscht is gestichtsverpleging van niet-abnormale kinderen te doen eindigen, welk vraagpunt in nauw verband staat met den drang, de gestichts-capaciteit te vergrooten en dat niet minder urgent mag heeten, nu de Min. van Justitie, in overleg met zijn ambtgenoot, den Min. van Binnenl. Zaken, voorstellen aanhangig maakte, tot reorganisatie van het vakonderwijs aan de Rijks- en aan de particuliere opvoedingsgestichten, en waarbij op het volgen van een driejarigen cursus wordt aangestuurd. Doch een ding is daarbij over het hoofd gezien : dat opvoedingsgestichten geen ambachtscholen of vakscholen zijn, waar leerlingen van een te voren vastgestelden leeftijd bij den aanvang van een cursus aan een toelatingsexamen zijn onderworpen, maar dat het zijn plaatsen, waar een verloren evenwicht zoo mogelijk moet worden hersteld en een gevallene weer op de beenen moet worden geholpen.

De discussie zal zich daarom moeten bewegen om de vraag, wat voor de gestichten van hooger beteekenis en van meer waarde is : de vorming van het karakter of de vakopleiding, voor welker beantwoording het noodig is te weten welke kinderen aan de gestichten zijn toevertrouwd, of om het anders te zeggen : welk materiaal ter bearbeiding wordt gegeven, om daardoor dan tevens het begrip ,,nietabnormaal" te begrenzen.

Een greep in de voorgeschiedenissen der gestichtskinderen levert niet alleen leerzame lectuur, maar geeft den lezer ook stof voor tal van opmerkingen.

Gewoonlijk is het een diep tragisch verhaal van ontwricht gezinsleven, van decadente ouders, van grenzenlooze verwaarloozing en van ongezonde verhoudingen, maar daarnaast treft men ook de doodgewoonste toestanden aan. Het

Sluiten