Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zakelijk was dat de jongen niet terugkeerde naar het eigen gesticht.

Daarom zou ik eigenlijk gaarne zien, dat er gelegenheid bestond om verpleegden, die weder uit de maatschappij terug moeten, een tijdlang onder te brengen in een bepaald daarvoor aangewezen gesticht. De bedoeling is niet, dat zij komen uit de handen van een directeur of uit de handen van een vereeniging; de bedoeling is alleen, dat het niet noodig zou zijn om de verpleegden weder terug te nemen, omdat dit op de andere verpleegden, die nog in het gesticht zijn, een slechten invloed heeft.

Het is misschien een ervaring, welke voor „Landbouwopvoeding" in het bijzonder zwaar geldt, maar ik geloof dat het ook in het algemeen zoo zal zijn dat het niet goed is dat de oud-verpleegden weder terugkomen. In het algemeen zijn degenen, die terugkomen, niet de beste krachten.

De heer de Graaf zegt; men betale voor de kinderen, ook als ze in gezinsverpleging zijn. Ik heb in den korten tijd dat ik mijne tegenwoordige positie bekleed ook eenige ervaring opgedaan met weesjongens, en nu meen ik te mogen zeggen, dat over het algemeen de weeshuizen te rijk zijn. Ik hoop, dat het nog eens zoover mag komen, dat de weeshuizen zoo philantropisch zullen worden om ook eens de noodlijdende vereenigingen te helpen. De weeshuizen zijn te rijk. Zooals ik wel bemerkt heb wordt daar — met de beste bedoelingen — wat betreft het leeren van een vak door de verzorgers niet op geld gelet. Men zegt: het is niet noodig, dat de jongens geld verdienen, als het vak maar goed wordt geleerd. Maar wat is het gevolg? Dat de jongens niet aan het werken komen.

Kunnen de weeshuizen, al zijn ze ook nog zoo rijk, niet komen tot het verleenen van eenigen steun aan noodlijdende vereenigingen, laten zij dan nog liever het geld uitzetten in plaats van door dien rijkdom jongens te verknoeien. Ik meen dat dit het geval is, althans op grond van de weinige ervaring die ik heb.

Sluiten