Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wij zijn op den verkeerden weg! Op de wet van 24 Juni 1901 tot Staatsontginning van Steenkool in Limburg is nu gevolgd het wetsontwerp tot Opsporen van Delfstoffen van Staatswege, dat onlangs door de Tweede Kamer, schier zonder eenige discussie en zelfs zonder hoofdelijke stemming, werd aangenomen. Een derde wetsontwerp, tot wijziging van de bij ons vigeerende Mijnwet van 1810, dat van even groote miskenning van de beginselen van het mijnrecht blijk geeft als de beide vorengenoemden, is bij de Kamer nog in behandeling.

Toen het wetsontwerp tot Staats-ontginning van Steenkool in Limburg ingediend werd en in behandeling kwam, vertoefde ik in Indië. Er werd zoo'n haast mede gemaakt, dat ik niet in de gelegenheid kon komen mijn stem er tegen te verheffen. Bij de behandeling er van in de Tweede Kamer zeide een der leden o. a.: „En nu komt „deze Minister met een wetsvoorstel, lijnrecht met het „(dat) recht der burgers in strijd, terwijl er nauwelijks „tijd is die wet te bestudeeren, en één, twee, drie moet „zij er maar door, om het even hoe." 1)

1) Ook met het wetsontwerp tot Opsporen van Delfstoffen van Staatswege heeft men het noodig geoordeeld even groote haast te maken. Het Voorloopig Verslag is gedateerd van 1 April 1903 en reeds bij brief van 12 Mei daarop volgende werd door den Minister zijne Memorie van Antwoord aan de Kamer gezonden. Met verschillende in die M. v. A. geleverde beschouwingen kon ik mij niet vereenigen. De redactie van de Economist was op mijn verzoek bereid om het artikel, waarin ik van mijne afwijkende meening blijk

Sluiten