Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zeker, een ieder zal van de goede bedoelingen die de Minister koesterde overtuigd zijn. Wij zijn niet anders gewend van Nederlandsche Ministers. Maar aan den anderen kant staat het toch vast, dat de Minister zich eene volkomen onjuiste voorstelling gevormd had van de beginselen van de Mijnwet van 1810. Van daar de geheel foutieve regeling in de wet tot Staats-ontginning van Steenkool in Limburg, die vooral de rechten der ontdekkers op de meest ernstige wijze verkort heeft, zóó ernstig zelfs, dat men hierin moeilijk anders kan zien dan eene schending van artikel 151 van de Grondwet.

Ik wil nu het woord geven aan mannen van erkende reputatie die, na rijpelijk over de regeling, die ons heeft bezig gehouden, te hebben nagedacht, ze met nog grooter nadruk veroordeelen dan ik deed.

Sluiten