Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

willekeur de voorwaarden mocht regelen en niet eigendommen, die ingesteld waren overeenkomstig de mijnwet.

Daarom moet de ongunstige toestand van de mijnbouwindustrie veeleer toegeschreven worden aan de verkeerde toepassing van het stelsel van concessies, dan aan het stelstel van particuliere concessies zelve.

Wat nu, aan den anderen kant, het voorbeeld van Pruisen betreft, zoo moet men erkennen, dat de bewonderenswaardige organisatie van het stelsel der Staats-mijnen wel de aandacht van den Nederlandschen wetgever verdiende. Maar toch mocht men niet vergeten, dat deze mijnen een erfenis uit het verledene zijn, die in handen van den Staat kwamen door den drang der omstandigheden en dat het in geen enkel opzicht bewezen is, dat juist aan de Staats-exploitatie de bloei moet worden toegeschreven. En moest men dan buitendien, bij het zoeken naar middelen, waarvan men verzekerd kon zijn, dat ze den bloei der mijnbouw-industrie zouden bewerken, zooals de RegeeringsCommissie eerst en naderhand de Regeering zelve deed, zich beperken tot het onderzoek alléén van de Staatsexploitatie, bij het in studie nemen van zoo'n belangrijke hervorming als deze bij den mijnbouw?

Waarlijk de bloei van de mijnbouw-industrie is niet gebonden aan Staats-exploitatie; daarvan zijn er bewijzen te over. Zonder de lessen in rekening te brengen, die de Nederlandsche Regeering uit de eigen geschiedenis van het land zou kunnen bijbréngen, kan men in dit opzicht leering genoeg trekken uit de evolutie die in de vorige eeuw bij de wetgeving van alle landen valt op te merken — Duitschland niet uitgezonderd — die betrokken zijn bij de ontginning van delfstoffen. Overal zien wij bij den mijnbouw meer en meer de oeconomische en industrieele vrijheid in de plaats treden van de Staats-industrie en deze industrie zich vrij maken van de voogdijschap van den Staat. Overal zien wij, dat dit stelsel dan het ontwaken van deze

Sluiten