Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daartoe bestemd hokje — worden bewaard. Om den chef te ontvangen, gaat hij door de kanselarij, waar een twintigtal ambtenaren de nieuwtjes van den dag bespreken, de couranten lezen en — tel maitre, tel valet — cigaretten rooken.

„Daar is hij, zegt één hunner, die de ooren gespitst en gehoord heeft, dat in de voorkamer iemand is binnengetreden, die aangesproken wordt als „Excellentie". Allen bege\en zich naar hunne plaats, en, gebogen als de korenaren op het veld bij het loeien van den storm, zijn de hoofden der ambtenaren over de groene tafels, als Piotr Iwanitsch met slependen gang binnen komt, en zich zonder eenen groet naar zijne kamer begeeft.

„Abram Feodorowitsch", roept hij.

De geroepene veegt in der haast de asch van zijn versleten uniform, legt zijne cigarette ter zijde, en spoedt zich, zoo snel als zijne jaren dit toelaten, naar de andere kamer. Binnen gekomen, sluit hij de deur en neemt eene afwachtende houding aan.

„Ik heb eene lastige, eene zeer netelige zaak", zegt de chef. „Gisteravond in de opera sprak de vorst (i) mij aan, ten behoeve van een jong mensch, die zijn moeders erfdeel heeft verspeeld. Hebben wij plaats?"

De aangesprokene krabt zich achter de ooren. „Inderdaad Excellentie, eene zeer lastige zaak. Het is nog geen veertien dagen geleden, dat wij Benderief op aanbeveling van den vorst hier hebben gekregen, en tot dusver hebben wij nog geen werk voor hem."

„Ach ja, mijn waarde, maar er is een onderscheid. Benderief is een protégé, niet van den vorst, maar van de vorstin

overigens, ik weet het, wij hebben menschen genoeg;

maar er valt niets aan te doen : de vorst wenscht het.... dus gij begrijpt .... Het beste zou zijn als aan den een of ander ontslag kon worden gegeven".

(i) Men weet, dat de titel van „Knjas" (prins, vorst) in Rusland vrij algemeen is.

Sluiten