Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een leger van 200,000 man naar Turkije, en de vloot de Zwarte Zee naar Konstantinopel te zenden. Het keizerlijk Kabinet besloot echter tot eenen halven maatregel die, gelijk baron Jomini zegt, „ongelukkigerwijze al de schaduwzijden van het geweld in zich vereenigde, zonder de voordeelen aan te bieden, welke van vastberaden maatregelen met de wapenen in de hand konden worden verwacht. De Keizer besloot de Donauvorstendommen met een legerskorps van 35,ooo man te bezetten; het was geen oorlog, het was alleen een maatregel van dwang, als materieele waarborg, in afwachting van de inwilliging onzer rechtmatige eischen. Deze halve maatregel was het gevolg van een compromis tusschen de bezadigdheid van graaf Nesselrode en de verbitternig van keizer Nikolaas. In het algemeen zijn compromissen in de staatkunde verstandig, maar in sommige kritieke oogenblikken worden zij noodlottig"

Op den laatsten Meidag van i853 schreef graaf Nesselrode een ultimatum aan Reschid Pacha, houdende dat, indien binnen acht dagen de Porte geen bevredigend antwoord aan de Russische regeering deed toekomen, een Russisch leger de Donauvorstendommen bezetten zou.

Het antwoord werd gegeven door de Engelsche en

Fransche vloten, welke in de baai van Besika bij de Dardanellen het anker wierpen. Het Russische legerkorps trok den 22sten Juni over den Pruth.

Intusschen hadden er nog geene vijandelijkheden plaats gehad. Door eene verzoeningsgezinde nota, de zoogenaamde „Weener nota" van 31 Juli 1853, goedgekeurd door Engeland, Frankrijk, Oostenrijk en Pruisen, en welke door de Porte tot de Russische regeering zou worden gericht, scheen zelfs een vergelijk tot stand te worden gebracht. Ditmaal was het echter de Porte, die, daartoe aangezet door den Engelschen ambassadeur te Konstantinopel, Lord Stratford de Redcliffe, eenen spaak in het wiel stak. De nota gaf Rusland geene volledige satisfactie, maar zij bedoelde toch de handhaving van het status quo, d. w. z. eenen toestand die in overeen-

•27

Sluiten