Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op het lichaam draagt de Pers zijn hemd (pirahen). Het verschilt weinig van het Europeesche kleedingstuk. De hoogste standen beginnen thans gestreken boorden en overhemden te dragen. Ook komen bovcnkleederen naar onzen

snit bij hen in de mode.

De man uit het volk draagt over zijn „pirahen" eene soort van lang katoenen kleed (arscheloek), en daarovei eene jas „keba" geheeten. Terwijl de „arscheloek" gewoonlijk veelkleurig is, bestaat de„ keba" uit effen gekleurd katoen, wol of zijde, al naar het vermogen van den bezitter. De „keba" is rood, groen, geel, blauw enz.

Voorts draagt de Pers, als het koud is, eene jas „koelidsjeh" genaamd, van laken of van zijde. Met bontwerk afgezet heet de jas „poestine".

Bij feestelijke gelegenheden werpt hij een mantel (dschoebbeh) over de schouders. Deze reikt hem tot de voeten en is voorzien van zeer lange mouwen, zoodat hij er zijne handen in kan verbergen. Dit geldt als wellevend. Heeft de Pers geen geschikt kleed daartoe, en wil hij zijne onderdanigheid toonen, dan houdt hij de handen, met uitgestrekte armen vóór het lijf, en wel zóó, dat de palm van de iechteihand op den rug der linkerhand rust.

Eene jas die niet minstens tot de knieën reikt, geldt als onfatsoenlijk. De Europeaan die naar Perzië gaat, vergete zijne sluitjas niet. Hij kan deze niet ontberen, zoodia hij met Perzen in aanraking komt.

De broek (schelwar) werd vroeger zeer wijd en veelkleurig gedragen. Thans volgt men meer en meer het Europeesche

model van den pantalon.

Ook het schoeisel levert thans weinig bijzonders op. Sommige mollahs (priesters) dragen nog schoenen van groen of rood leder met kromgebogen punten. Overigens zijn lage schoenen van gewoon model in de mode. Zij zijn zoo vervaardigd dat zij gemakkelijk uitgedaan kunnen worden bij het binnentreden eener kamer. Binnenshuis draagt de Pers geen schoeisel, naar het heet omdat de mogelijkheid bestaat

Sluiten