Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aantal paarden, dat van elke halteplaats wordt medegenomen, wisselt af van 25 tot 35, dat der Mongoolsche begeleiders (somtijds gaan ook vrouwen en meisjes mede) van i5 tot 20.

Zooals boven vermeld, wordt de tarantas gesleept door acht ruiters, doch de vaart welke -dj nemen is eens zoodanige, dat geen paard het langer dan gedurende zes werst kan uithouden; onder het rijden wisselen de ruiters elkander dan ook af om de vermoeide paarden aan den leiband te doen loopen en de reservepaarden te bestijgen. In het algemeen weet men niet waarover zich meer te verwonderen: over de taaiheid van het Mongoolsch paardenras, over de koenheid der ruiters of over het weerstandsvermogen van de tarantas. Krijgt de laatste in de woestijn van Gobi averij, dan blijft den reiziger niets anders over dan het voertuig achter te laten en zijnen weg te paard te vervolgen. Tot repareeren bestaat aldaar geene mogelijkheid.

Bijna overal is de woestijn van Gobi heuvelachtig en het rijtuig rolt zigzagsgewijze over eenen bodem, die slechts zelden veroorlooft dat het zich in horizontalen toestand bevindt. Op enkele plaatsen gaat het door mul zand, dikwerf over rotsen en meestal over grond, welke doet vermoeden dat, werd de steppe van Gobi. behoorlijk geïrrigeerd, men onrecht zou doen door haar "woestijn" te noemen. De Mongolen geven zich niet de moeite hunne paarden te voederen; de dieren worden naar de hoogten gejaagd, waar gras ('s winters onder de sneeuw) te vinden is. Van stalling of bedekking is geen sprake.

Hier en daar wordt graan gebouwd, doch de hoeveelheden zijn gering, omdat de Mongool onder zijn tegenwoordig regeeringsstelsel geen have kan bezitten en er de voorkeur aan geeft nomade te blijven. Zijn eenigen rijkdom vormen zijne paarden en schapen; voorwerpen van het meest ondergeschikt belang: een stuk courantenpapier, een blikken bus, gediend hebbende voor verduurzaamde levensmiddelen, een sigarettenhuls wekken zijne nieuwsgierigheid, zijne belang-

Sluiten