Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de tweede Russische ambassade komt te Peking den i8den November 1720 en vertrekt den 2den Maart 1721;

de ambassade van den Paus komt te Peking den i5den December 1720 en vertrekt den 24sten Maart 1721;

de Portugeesche ambassade komt te Peking den isten Mei 1753 en vertrekt den 7den October d. a. v. ;

de eerste Engelsche ambassade komt te Peking den 21 sten Augustus 1793 en vertrekt den 7den October d. a. v. ;

de derde Nederlandsche ambassade komt te Peking den loden Januari 1795 en vertrekt den i5den Februari d. a.v..

Alle deze ambassades vormen een reeks van onderhandelingen tusschen Chineezen en Europeanen over het erkennen van de afhankelijkheid, althans over de vormen welke dit moeten aanduiden, van dezen aan genen, een strijd waarin de Chineezen overwinnaars blijven, ook wat de Engelschen betreft. Want, indien de Britsche geschiedschrijvers vermelden, dat Lord Macartney zich niet, evenals de gezanten van andere natiën, vernederd had tot het maken van de „kotou" — eene bewering die overigens wordt bestreden — zij zijn wel verplicht te erkennen dat de ambassadeur van 179? knielend den brief van zijnen Souverein aan den Keizer Kien Lung overhandigde, en dat op de vlaggen zijner booten en karren van Taku naar Peking met groote letters geschreven stond: „Tribuutbrenger". Van het oogenblik dat men zich dit laatste laat welgevallen, komt het op eene plichtpleging meer of minder niet aan.

Wel komt aan de Engelschen de eer toe later het eerste feitelijke verzet te hebben aangeteekend tegen de beleedigende wijze, op welke de Chineezen gewoon waren de vertegenwoordigers van vreemde mogendheden te behandelen.

George IV zond in 1816 lord Amherst naar Peking. Deze ambassadeur evenals de leden van zijn gevolg hadden van den keizer Kiaking en zijne hofhouding tal van onbeschaamdheden te verduren, die het toppunt bereikten toen den lord, onmiddellijk bij aankomst te Peking, na eene zeer vermoeiende reis, werd gelast vóór den keizer te \erschijnen.

Sluiten