Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Immers, in 1858 was de keizer Hien Fung, uit vrees voor de verbondene Fransche en Engelsche legers gevlucht naar het naburig Jehol en ald aar overleden, nalatende als troonopvolger den zeer jeugdigen Tung Chih.

De eeiste audiëntie had daarom plaats niet vroeger dan in 1873, toen Tung Chih den troon besteeg.

N edei land en Duitschland hadden immiddels evenzeer een traktaat van handel en vriendschap met China gesloten.

De Chineezen begrepen, dat er bij deze gelegenheid niet langer sprake kon zijn van het maken van de „Kotou" ; wd tiachtten zij nog met alle middelen de eer zooveel mogelijk aan hunnen kantte houden, en slaagden hierin.

De audiëntie had plaats in het zoogenaamd ., purperpavillioen ". Na lang wachten werd het eerst toegelaten een buitengewoon ambassadeur van Japan en, toen dit gehoor ten einde was, de vertegenwoordigers van Rusland, Engeland, Frankrijk, de Vereenigde Staten en van Nederland. De Duitsche gezant was niet aanwezig op dat oogenblik.

Een voorname grief tegen deze audientie van de zijde der Europeanen was, dat het bedoeld pavillioen gebezigd werd voor de ontvangst van afgevaardigden van Mongolië, Thibet en andere tribuutstaten. Erger dan dit was echter, dat half ambtelijk een bericht werd verspreid in de hoofdstad en in de provinciën, waarin de Europeauen, die ter audientie waren geweest, belachelijk werden gemaakt.

Daarin werd o.a. gezegd, dat de Britsche gezant, Sir Thomas Wade, toen hij werd toegesproken door den Keizer (dat beweeid toespreken was eene grove onwaarheid) zóó zenuwachtig was geworden, dat hij, geen woord kunnende uiten, onmachtig op den grond was gevallen. Het fraaie stuk eindigde aldus : Iedereen zegt, dat er eene goddelijke verschijning moet geweest zijn vóór hunne (der Europeanen) cogen, die maakte det zy dermate bang waren en beefden, gelyk het geval is geweest. "

1 ung Chih stierfin Januari 1878 en de tegenwoordige Keizei, toen een kind van 4 jaar, werd aangewezen als zvn

Sluiten