Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geduurd, is afgeloopen.

Gaat het geheele corps diplomatique ter audientie, dan houdt natuurlijk de Deken de aanspraak. Overigens geldt al het bovenbeschrevene ook voor deze gelegenheid.

Op deze wijze van de vreemdelingen te ontvangen valt — het is moeilijk tegen te spreken — nog veel af te dingen.

China is evenwel thans een stadium ingetreden, hetwelk bij iedere jaarswisseling eene verbetering kan aanbrengen. Als het tegenwoordig schrijven u bereikt, zal het ongeveer Februari zijn en het corps diplomatique te Peking zich voorbereiden om den ,,Zoon des Hemels" — eene kleine tengere gestalte, met een niet onintelligent uiterlijk — geluk ie gaan wenschen met het Chineesch nieuwjaar. Moge er ook ditmaal vooruitgang zijn te bespeuren inde goede gevoelens, welke China den Westerlingen toedraagt. Op het oogenblik zijn die goede gevoelens — het valt niet te verhelen — nog in hunne eerste windselen.

Peking, Dec. 1896.

Bij een vorige schets heb ik getracht een beknopt overzicht te geven van de laatdunkende en halsstarrige wijze waarop de Chineezen zich hebben gedragen bij het aanknoopen van betrekkingen met de westersche natiën.

Voor het naast zal het mijn doel zijn de stelling te verdedigen: „en toch beweegt zij zich."

Laat ons — daar het bij elk euvel goed is het eerst aan eigen schuld te denken — eens nagaan wat de Westerlingen hebben gedaan om het zaad uit te strooien voor den vooruitgang van China.

De gebeurtenissen van vroegere eeuwen, toen China uitsluitend in aanraking kwam met volken, waarvan het op onbetwistbare wijze de meerdere was, of wel met eenige weinige Europeanen, die om niets anders dachten als om hunnen handel, kunnen bij dezen gedachtengang blijven rusten.

In de negentiende eeuw heeft Engeland als pionnier gediend. In het begin der dertiger jaren hadden de agenten

Sluiten