Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sergeant zouden moeten gegroepeerd worden, kan uit de aantallen voor het onderhavige vraagstuk geen conclusie worden getrokken. De minderheid bepaalt zich er uit dien hoofde toe op die aantallen te wijzen.

§ 126. Als gevolg van de voorstellen omtrent de sedentaire betrekkingen zullen voor den rang van adjudant-onderofficier ruim 160 plaatsen meer moeten beschikbaar worden gesteld Deze komen nog bij het aanzienlijk grootere aantal, dat in verband met de jongste, daarop invloed hebbende bepalingen nu reeds allengs kan verwacht worden. Het voorschrift dat de candidatenlijsten voor schrijver, conducteur der artillerie en administrateur van een verplegingsinrichting volgens de anciënniteit der candidaten moéten aangehouden worden en dat de benoemingen in de volgorde der lijsten moeten plaats hebben, zal tot gevolg hebben dat de candidaten, die reeds adjudant-onderofficier zijn, steeds zullen voorgaan omdat deze uiteraard altijd de oudste zijn. Als schrijver, conducteur en administrateur als voorschreven, zullen eerlang uitsluitend adjudant-onderofficieren overgaan. Het totaal aantal plaatsenvoor adjudant-onderofficier zal, in gewonen en sedentairen dienst te zamen ± 900 kunnen worden. Dit zal ongetwijfeld een belangrijke verruiming zijn van de vooruitzichten der onderofficieren. Het schijnt geraden met bepalingen, die nog verdere uitbreidingen zouden kunnen brengen, omzichtig te zijn. Er is in onze organisatiën ter zake van de plaatsen voor hoogere onderofficieren reeds nu een niet te miskennen weelderigheid; er zijn veel meer plaatsen dan, voor zoover bekend, in elk ander leger. Wanneer deze titularissen voor het meerendeel bekleeders waren van officiersplaatsen zou de toestand bevredigender zijn. De voorstellen zullen wel is waar tijdelijk, den hoogsten onderofficiersrang in sergeantmajoorsfuncties brengen.

Nog zij aangeteekend dat bij een aanvullingsbenoeming in den rang van adjudant-onderofficier na 22 jaren dienst als onderofficier, en een 38-jarigen dienst als zoodanig die rang m de toekomst door alle adjudant-onderofficieren gedurende minstens 16 jaren zou bekleed worden. De minderheid zou den onderofficieren dat vooruitzicht gaarne gunnen maar het gaat haar te ver, dit in een recht op bevorderingen boven de formatiën vast te leggen.

§ 127. Voor zoover de voorstellen als noodmaatregel worden aanbevolen, schijnen ze de minderheid voorbarig toe Het wordt namelijk juister geacht een noodmaatregel eerst te ontwerpen, wanneer de nood, waarin voorzien moet worden aanstaande is en duidelijk voor oogen staat. Want eerst dan kan men aard en omvang van den maatregel doeltreffend tegelen en met al zijn consequentiën rekening houden.

Bevorderingsvoorschrift.

§ 128. Hoewel het bevorderingsvoorschrift in verband met de bepalingen van Bijlage I zal moeten herzien en vereenvoudigd worden, acht de Commissie het gewenscht de wijzigingen aan te geven die haar, in afwachting van een nieuwe regeling, inzonderheid voor den overgangstoestand, noodig voorkomen. s

i l12?' omschrijving in art. 1, dat het voorschrift uit2?"!? f d* voor d<l bevordering van het administratief en instructief kader, wordt niet voldoende geacht

De redactie van het Bevorderingsvoorschrift geeft aanleiding om aan te nemen dat het, wat de bevordering tot de hoogere onderofficiersrangen betreft, alleen betrekking heeft op de bevordering tot sergeant-majoor-administrateur, sergeant-majoor-mstructeur, adjudant-onderofficier-administrateur en adjudant-onderofficier-instructeur, voor zooveel deze bevor-

iTTfn °°\ f" InsPecteur van het Wapen of den Chef van het Dienstvak worden geleid.

Sluiten