Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen de kosten van het militair tarief te reizen in burgerkleeding. Een zelfde bepaling ware te maken voor militaire werklieden, die geen uniform hebben.

Verlofsregeling.

§ 153.Met de verlofsregeling zooals deze onlangs voor de landmacht is vastgesteld, kan de Commissie zich in het algemeen vereenigen.

Men achtte het goed gezien dat aan het personeel van ouder leeftijd, dat behalve den dagelijkschen dienst der oefeningen en opleidingen, nog dagelijksche zorgen van beheer heeft en een veel grooter aantal uren met dienstdrukten belast is, langduriger verloven worden toegekend dan aan het jonger personeel en dat in deze het aanzien der rangen niet als uitsluitend motief heeft gegolden.

Burgerkleeding.

§ 154. Aanbevolen wordt de vergunning tot het dragen van burgerkleeding op den thans bestaanden voet uit te breiden tot de onderofficieren met den rang van sergeant en de daarmee gelijk gestelden, voor zoover deze gehuwd zijn of den huwgerechtigden leeftijd hebben.

Voor zeer jeugdige onderofficieren acht de Commissie de vergunning om burgerkleeding te dragen niet gewenscht.

Een minderheid zou de grens voor de vergunning voor den sergeant getrokken willen zien als voor de korporaals-koken haar willen bepalen voor sergeanten met drie jaren anciënniteit als zoodanig.

Duurte van passementen.

§ 155. De allengs hooger opgeloopen prijzen van de in goud- en zilverdraad uitgevoerde passementwerken hebben bij de onderofficieren den wensch doen opkomen naar onderscheidingsteekenen, die minder kostbaar zijn. Bij een bevordering tot sergeant en sergeant-majoor moeten de distinctieven op een niet gering aantal kleedingstukken worden aangebracht. Hetzelfde geldt voor de dienstkronen. De kosten zijn voor menig belanghebbende bepaald bezwarend. De distinctieven voor de veldtenue zijn tegenwoordig voor de sergeanten en sergeant-majoors duurder dan die voor de officieren, duurder zelfs dan die voor de hoofdofficieren. Bij minder kostbare onderscheidingsteekenen zou de zorg voor een tijdige vernieuwing van onoogelijke en versleten teekenen grooter zijn. Deze laat thans dikwijls te wenschen over. De aandacht werd gevestigd op de kader-distinctieven die onlangs voor het Nederlandsch-Oost-Indische leger zijn ingevoerd. De Commissie acht iets in dien geest ook voor het kader der landmacht aanbevelenswaardig.

Weinige sierlijkheid van dienstmedailles.

§ 156. De bestaande zilveren en bronzen dienstmedailles getuigen van weinig smaak en van geringe kanstvaardigheid van den stempelsnijder, die ze ontworpen heeft. Als versiersel zijn de bronzen en zilveren medailles te groot; de dagen dat zulke groote medailles als een versiering beschouwd en met genoegen gedragen werden, liggen in het verleden. De Commissie geeft in overweging om aan de Rijksmunt een nieuwe dienstmedaille te doen ontwerpen, in welker sierlijke uitvoering de belooning voor trouwen dienst meer tengenoege van de begiftigden tot uitdrukking komt.

Reglementen op den Inwendigen dienst.

§ 157. Deze reglementen zijn grootendeels verouderd. Als voorbeeld van bepalingen, die voor de positie der onderofficieren herziening behoeven, werden die der eerbewijzen genoemd op de

Sluiten