Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met een tijdelijken toeslag tegemoet te komen. Voorstellen ter zake zullen van de autoriteit der maréchaussée moeten uitgaan.

Ten aanzien van de geneeskundige verzorging was de Commissie in overeenstemming met het rapport der CommissieIdenburg van oordeel, dat deze verzorging geheel voor Rijksrekening moet worden gebracht. Men zou in plaatsen zonder garnizoen de verzorging, met inbegrip van de levering van geneesmiddelen, contractueel aan een burgergeneesheer kunnen opdragen.

De particuliere tarieven der doctoren zijn in de laatste jaren zeer gestegen. Behalve de normale bijdragen in het ziekenfonds en in weerwil van de subsidie, die het Departement van Oorlog aan dit fonds jaarlijks geeft, hebben betrokkenen in 1918 37 % van het bedrag hunner rekeningen tot dekking van het kastekort moeten bijpassen.

§ 178. In eenige nog loopende engagementsacten van maréchaussée komt, evenals bij personeel van andere wapens, nog de bepaling voor, dat het den Minister van Oorlog zal vrij staan den aangenomene met paspoort uit den dienst te verwijderen, wanneer de aangenomene, tengevolge van de opheffing der door hem bekleede betrekking of van eene nieuwe organisatie van het wapen, overcompleet wordt. Deze bepaling let te weinig op het individueel belang van den betrokkene; mocht ze niettemin door het dienstbelang noodig blijken, dan zou het in elk geval aan te bevelen zijn, daaraan eene wachtgeldregeling te verbinden.

§ 179. In verband met het voorgestelde, om de maréchausée binnen de 5 jaar dienst bij het wapen in de gelegenheid te stellen het examen af te leggen voor wachtmeester, zal het wenschelijk zijn, het eerste dienstverband niet langer te laten loopen dan 5 jaren, na afloop waarvan zal moeten worden uitgemaakt of de belanghebbende daarna voor onbepaalden tijd bij het wapen zal worden verbonden.

De maréchaussées die aan dit examen niet voldoen, kunnen dan trachten zoodra mogelijk een anderen werkkring te. vinden, ze zijn dan niet langer gebonden. Wel is een eerste dienstverband van een jaar korter dan thans, minder economisch maar er staan voor een ^oede werving en de vereischte afvloeiing groote voordeden tegenover.

Ten einde die maréchaussées, die bij het wapen geen kans op bevordering hebben en daarom bij, of kort na het verstrijken van het eerste verband, het wapen moeten verlaten, het zoeken naar een andere betrekking te vergemakkelijken meent de Commissie te moeten aanbevelen, dat het Departement van Oorlog zich versta met de betrokken Departementen, om deze gewezen maréchaussées, zoo die daarvoor geschikt en genegen zijn, voorkeur te geven voor de vervulling van vacatures bij de rijksveldwacht en bij de belastingcommiezen aan de grenzen. Dit zal de rijksveldwacht en den fiscus ten goede komen, terwijl een geregelde afvloeiing van het kader er door zal worden bevorderd.

§ 180. In de Commissie werd de wenschelijkheid uitgesproken, dat wanneer in de legerorders en dergelijke, algemeen voor het leger geldende voorschriften worden gegeven, daarbij nadrukkelijk zal worden vermeld of deze voorschriften al dan niet voor het wapen der Koninklijke Maréchaussée gelden. Thans geschiedt dit niet, met het gevolg, dat veelvuldig voorschriften, die eigenlijk als minder toepasselijk voor de maréchaussée moeten worden aangemerkt, zonder dat dit van het legerbestuur de bedoeling is, toch ook als voor dit wapen bindend worden beschouwd, wat, gezien de bijzondere belangen van dit wapen, herhaaldelijk tot minder gewenschte toestanden heelt geleid.

De Commissie erkent de hier genoemde bezwaren die met voorbeelden werden toegelicht en meent dat hieraan op de voorgestelde wijze zal kunnen worden tegemoet gekomen.

Sluiten