Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eenige onverschillige élève-mazikanten kunnen de bevordering tegenhouden van een verdienstelijken muzikant B.

De Commissie acht het aanbevelenswaardig die mogelijkheid weg te nemen. Het best zal dit kunnen geschieden door den re<*el, die het organiek aantal muzikanten A vaststelt, anders te redigeeren.

§ 202. Ad. IV. Ten aanzien van een vast dienstverband is voor de onderofficieren in het algemeen bij dit rapport een regeling voorgesteld, die in beginsel wellicht ook toepasselijk kan zijn voor muzikanten.

§ 203. Ad. V. De gronden ontwikkeld tegen het toekennen van hoogere rangen aan werklieden bij de korpsen"(zie § 215) pleiten evenzeer tegen het toekennen van hoogere rangen aan muzikanten. Naar de meening der Commissie moet een muzikant met het bijzondere distinctief van militair-muzikant tevreden zijn. Ook in de burger-orchesten bestaan geen rangen en het verdient geen aanbeveling aan de trapsgewijze assimilatiën in een militair-muziekkorps een uitbreiding te geven, die voor een goede hiërarchie in het korps onnoodig is. Buiten het korps hebben de assimilatiën, ook voor de leden in een muziekkorps, voornamelijk het karakter van een klasseering. Met het denkbeeld om de muzikanten categorie A ter onderscheiding van die van categorie B, welke groepen feitelijk als musici op een zeer verschillend peil staan, een onderscheidingsteeken te geven, kan de Commissie zich vereenigen. Ze zouden voor hunne anciënniteit respectieveüjk met den sergeant en met den sergeant-aanvoerder kunnen worden gelijkgesteld.

. § 204. Ad. VI. Wanneer er naar behoefte gelegenheid zal zijn voor militaire musici, om ongeacht hun rang het examen voor kapelmeester te doen en bij geschiktheid daarvan een diploma te behalen, dan zal het minder bezwaar opleveren om als regel, voor de voorziening in een vacature van kapelmeester, in de eerste plaats een militair musicus in aanmerking te doen'komen. Uit de gediplomeerden zou, na een vergelijkend examen, de beste militaire muzikant kunnen worden benoemd.

De Commissie acht het, ook afgezien van het bestaan van diploma"s, billijk en aanbevelenswaardig, dat steeds in de eerste plaats een alleszins geschikt militaire muzikant voor eene benoeming tot kapelmeester in aanmerking kome.

Een minderheid is van oordeel, dat de invloed van den dirigent zoo overwegend is voor de waarde van een kapel, dat men voor deze bijzondere functie naar het verkrijgen van de beste kracht moet streven. Uit dezen hoofde zou zij aan het vergelijkend examen, als tot dusverre, dat steeds door een alleszins deskundige commissie van burger- en militaire toonkunstenaars pleegt te worden afgenomen, de mededinging van burger-musici willen bestendigd zien. Ook op de militaire eischen zal uiteraard bij het examen gelet moeten worden.

§ 205. Ad VII. De Commissie acht het met het oog op de belangen van het personeel dat daarbij betrokken is, niet goed dat het den commandeerenden officieren, zonder meer vrij staat een bij een bereden korps eenmaal opgericht muziekkorps op te heffen. Waar dit noodzakelijk mocht worden geoordeeld, ware de opheffing aan regelen te binden.

Eenige leden ondersteunen het verzoek om korporaalstrompetter van niet-officieele muziekkorpsen, die de geschiktheid bezitten voor muzikant, evenals den élève-muzikant bij de infanterie-muziekkorpsen, ongeacht hun aantal dienstjaren, te bevorderen tot wachtmeester-trompetter. Deze leden meenen, dat dit verzoek voldoende gemotiveerd is, nu het Departement van Oorlog de positie van de staftrompetters, leiders van zoodanige muziekkorpsen bij hun jongste salarisregeling als kapelmeester erkend heeft.

Sluiten