Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoofdopzichters en Opzichters van Fortificatiën.

Art. 54.

De sergeant der genie, leerling van den opzichterscursus, die is geslaagd bij een daartoe af te nemen examen, wordt door Onzen Minister van Oorlog aanstonds aangesteld tot opzichter van fortificatiën.

Art. 55.

Bij gebleken geschiktheid wordt de opzichter van fortificatiën 3e klasse bevorderd uiterlijk na 6 jaren dienst als zoodanig, die der 2e klasse uiterlijk na 12 jaren dienst als opzichter en die der le klasse uiterlijk na 20 jaar dienst als opzichter.

Adjudant-Onderofficieren der Militaire Administratie.

Art. 56.

Tot adjudant-onderofficier der Militaire Administratie kan slechts diegene worden benoemd of bevorderd, die den rang van sergeant-majoor-administrateur bekleed heeft of bekleedt.

Pikeurs.

Art. 57.

De aanstelling van een pikeur geschiedt volgens anciënniteit uit de daarvoor geschikt geoordeelde candidaten bij het betrokken wapen.

Andere categorieën.

Art. 58.

De artikelen 1 tot 10 en 12 tot 20 zijn niet toepasselijk op de hoofdwerktuigkundigen, de onderofficieren-schippers en de onderofficieren van het machinekamerpersoneel bij de korpsen pantserfort-artillerie en torpedisten.

De artikelen 1 tot 10 en 11 tot 20 zijn niet toepasselijk op :

de militaire apothekersassistenten;

de kapelmeesters, onderkapelmeesters en muzikanten A en B; de onderofficieren-tamboer (trompetter); de werklieden, met één der rangen der onderofficieren gelijkgesteld;

de onderofficieren van het personeel der militaire ziekeninrichtingen.

HOOFDSTUK X.

Overgangsbepalingen.

Art. 59.

De hoofdstukken VII, VIII en LX van dit besluit zijn aanstonds van toepassing op de thans in dienst zijnde of volgens het thans geldend systeem opgeleide onderofficieren.

Art. 60.

De overige hoofdstukken zijn eveneens van toepassing op de thans in dienst zijnde adjudant-onderofficieren en onderofficieren met hoogeren rang.

Art. 61.

De overige hoofdstukken zijn eveneens van toepassing op de thans in dienst zijnde sergeant-majoors (opperwachtmeesters) met dien verstande, dat zij eerst aanspraak op bevordering boven de formatie kunnen maken na 13 jaren dienst in dien rang.

Art. 62.

De overige hoofdstukken zijn of worden eveneens van toepassing op de thans in dienst zijndé of volgens het thans

Sluiten