Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De verhooging van de rechtszekerheid met eerstbedoelden maatregel beoogd, wordt door de volgende niet bestendigd.

Zoolang een belangrijke aangelegenheid als de bevordering, welke het geheele leven van den onderofficier beheerscht, blijft in handen van de Inspecteurs der Wapens zullen verschillen in toepassing der vastgestelde bepalingen, zich steeds blijven voordoen.

De bevordering in één hand, wordt noodzakelijk geacht.

Door beide ondergeteekenden is herhaaldelijk in de vergaderingen der Commissie naar voren gebracht, dat, wilde men den toeloop bevorderen van de begeerde stof uit de burgermaatschappij, men aan die stof waarborgen moest verschaffen van een goed geregelde positie, waarin het individu zijn bestaan voor het leven zou kunnen vinden.

Erkennende dat de Commissie met verschillende der aangevoerde motieven rekening heeft gehouden, wordt echter opgemerkt dat zulks inzake de bevordering in onvoldoende mate het geval is.

Ondergeteekenden zijn van oordeel dat ieder aangenomene, die op behoorlijke wijze aan zijn verplichtingen voldoet, een waarborg moet worden gegeven van zijn te verwachten bevorderingen.

Deze waarborgen zullen voor de ouders aanleiding zijn hun kinderen tot het kiezen van de onderofficierspositie aan te moedigen.

Het uitzicht op een verzekerde bevordering (resp. 15 en 22 jaar) als in het verslag voorgesteld, zal oorzaak zijn, dat de verwachting van het nieuwe instituut, zal uitloopen op volkomen mislukking.

Wanneer ondergeteekenden, na herhaaldelijke besprekingen, ten slotte verklaarden ook met bevorderingstermijnen van 12 en 20 jaar genoegen te kunnen nemen, dan geschiedde dit uit de overweging dat de verzekerde bevordering zou worden aanvaard voor die termijnen.

Nu intusschen de Commissie deze termijnen bracht op resp. 15 en 22 jaar, als tegemoetkoming aan onze verlangens, verklaren ondergeteekenden dat deze lange bevorderingstermijnen zeker schade zullen doen aan den toeloop tot de kaderschool, hetwelk door hen, die ernstig wenschen het nieuwe instituut te doen slagen, een groote teleurstelling is.

Waar thans reeds de bevordering normaal geschiedt na 9 en 18 jaren, daar wenschen zij met nadruk te verklaren te moeten vasthouden aan den oorspronkelijk gestelden wensch van bevordering na 9 en 18 jaren dienst als onderofficier.

De omstandigheid dat misschien een enkele maal het organieke aantal per onderdeel zou worden overschreden, moet aan het groote belang van goed bruikbaar kader ondergeschikt worden gemaakt.

Door de Commissie (meerderheid) wordt voorgesteld om de functie van Adjudant-onderofficier-administrateur beschikbaar te stellen zoowel voor instructie als administratie, met motiveerihg dat, zou hiervoor alleen de administrateur in aanmerking worden gebracht, deze betere bevorderingskansen zou bekomen dan de instructeur; voorts werd als motief aangevoerd de noodzakelijkheid van afvloeiing op betrekkelijk jongeren leeftijd van de instructeurs; de afvloeiing kan worden erkend als dienstbelang; de plaatsing in de betrekking van adjudant-onderofficier-administrateur moet daartoe ten sterkste worden ontraden.

Volgens onze meening hebben de voorstanders van het voorgestelde, omtrent dezen overgang absoluut onvoldoende kennis van den verantwoordelijken en veel omvattenden werkkring van den adjudant-onderofficier-administrateur.

Kennis en routine ter zake maakt men zich alleen eigen door jarenlange practijk; de herhaaldelijk voorkomende wijzigingen in reglementen en voorschriften, den grooten omvang van militaire bepalingen maakt, dat, wil men met kennis van zaken zijn Chef kunnen bijstaan en voorlichten, als het ware met de betrekking moet zijn opgegroeid.

Het behoorlijke vervullen van hetgeen deze functie eischt,

Sluiten