Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

worden toegestaan dan 5 °/0, te meer met het oog op eene eventueele verhooging van het heffingspercentage.

De Commissie meent dan ook voor nieuwe zaken eveneens te moeten aandringen op eene gelijke regeling als hierboven voor zaken, die in de jaren 1911 — 13 zwak stonden, is bepleit, waardoor gewaarborgd wordt, dat de normale winst niet door de O.W.-belasting wordt getroffen. Hierdoor zou dan tevens eenigszins tegemoet gekomen worden aan de onbillijkheid, die er in gelegen is, dat nieuw opgerichte vennootschappen, die een bestaand bedrijf overnemen of een geliquideerd bedrijf voortzetten, slechts 5 % van de winst onbelast krijgen, hoewel de normaal-winst van het vroegere bedrijf veel hooger was. Art. 1 tweede lid, kan hier geen baat brengen. Het is der Commissie n.1. gebleken, dat de fiscale toepassing der wet sommige inspecteurs er zelfs toe gebracht heeft te eischen, dat aannemelijk gemaakt zou worden, dat ook de overneming of voortzetting van een bedrijf op zich zelf geenerlei verband houdt met den oorlogstoestand, m.a.w. dat dit ook geschied zou zijn, indien er geen oorlog geweest was, iets wat uit den aard der zaak zelden zal kunnen worden aangetoond.

Tenslotte heeft de Commissie gemeend, dat de beoogde wijziging van art. 8 in de uit een oogpunt van concurrentie nadeelige positie van nieuwe zaken ten opzichte van de reeds gevestigde met behoorlijke vergelijkingsjaren eenige verbetering zal brengen. Zie verder Bijlage III (art. 8).

4. Gelijkstelling van particulieren met naaml. vennootschappen.

In het ten aanzien der beide vorige punten betoogde is opzettelijk niet steeds gesproken van naaml. venn. en andere daarmee gelijkgestelde vereenigingen van personen, maar in 't algemeen van zaken en bedrijven, omdat de Commissie het noodzakelijk en billijk acht, dat wat de berekening der normaalwinst betreft, naaml. vennootschappen en particulieren behooren te worden gelijkgesteld. Het is der Commissie niet mogen gelukken ten deze eenig principieel onderscheid er in te vinden of een bedrijf in particuliere handen is dan wel in den vorm van eene naaml. vennootschap wordt uitgeoefend. Het komt haar voor, dat door een louter verschil in rechtsvorm het particulier bedrijf achtergesteld wordt bij dat der naaml. vennootschap, doordat de bepalingen van de artt. 8, 9 en 15 daarop niet van toepassing zijn. Zij meent dan ook, dat hiervoor geene ernstige reden bestaat; immers, wat doet het voor de berekening der normaal-winst terzake, in welken vorm een bedrijf wordt uitgeoefend?

Het is der Commissie niet onbekend, dat voor de praktische uitwerking van het beginsel van gelijkstelling van particulieren met naaml. vennootschappen moeilijkheden bestaan, maar zij is van oordeel, dat deze niet opwegen tegen het oeconomische belang, dat er in gelegen is, dat ook particuliere bedrijven, die in de vergelijkingsjaren zwak stonden of in den oorlog zijn opgericht, op gelijke lijn met de naaml. vennootschappen worden gesteld. Immers, wat gezegd is omtrent zwakke naaml. vennootschappen geldt evenzeer voor de particuliere bedrijven.

Voorbijgezien moet niet worden, dat in zake de O.W.-belasting de parti-

Sluiten