Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vindt, maar in strijd is, én met den tekst van het artikel en met het beginsel van belasting bij de bron en vrijstelling voor den genieter, welk beginsel juist door art 24 gesanctioneerd wordt.

De Commissie vertrouwt dan ook, dat het na deze uiteenzetting bij Uwe Excellentie geene tegenkanting zal ondervinden om art. 23 op bovengenoemde wijze aan te vullen en de inspecteurs nader in ruimeren zin omtrent de beteekenis van art. 24 te instrueeren.

12. Duurtetoeslag.

Ten aanzien van de duurtetoeslagen heeft zich het eigenaardige geval voorgedaan, dat deze, althans voor zoover ze f 1100.— of meer bedragen, door de O.W.-belasting worden getroffen. Voor deze inkomsten, die inderdaad een gevolg zijn van den oorlogstoestand, schijnt n.1. in de wet geene vrijstelling van O.W.belasting te vinden te zijn. Immers het eenige artikel dat hierop betrekking zou kunnen hebben, artikel 22, is door eenige inspecteurs, die over de quaestie te oordeelen hadden, niet toepasselijk geacht. Artikel 22 bepaalt n.1. dat geene belasting verschuldigd is voor eene verkrijging of verhooging van een traktement, salaris of arbeidsloon, ingevolge eene arbeidsovereenkomst genoten, wat naar der Commissie gebleken is, aldus uitgelegd werd, dat de verkrijging of verhooging ingevolge eene arbeidsovereenkomst moet zijn genoten. Dit nu heeft in de meeste gevallen niet plaats, want gewoonlijk spruit de duurtetoeslag niet voort uit de arbeidsovereenkomst maar uit de erkenning van de noodzakelijkheid daarvan door den werkgever. Daar bovendien doorgaans de duurtebijslag niet als loonsverhooging beschouwd wordt, is het gevolg van een en ander, dat de Staat gerechtigd zou zijn voor zich een aandeel te eischen van eene bate, die krachtens zijne bestemming den belastingplichtige ten volle behoorde toe te komen.

De Commissie is van meening, dat dit nimmer de bedoeling van den Wetgever geweest kan zijn, maar dat dit geval bij de totstandkoming der Wet niet voorzien is. Daar de bedragen, die er mee gemoeid zijn, uitteraard gering zijn en in deze quaestie dus geene rechterlijke beslissing is te verwachten, meent de Commissie dat de enkele vermelding van het feit voor Uwe Excellentie voldoende aanleiding zal zijn om den uitvoerenden ambtenaren voor te schrijven, dat wat de toepassing der O.W.-belasting betreft, de duurtetoeslag moet beschouwd worden als eene verhooging van arbeidsloon ingevolge eene arbeidsovereenkomst genoten.

13. Eindigen van de Werking der Wet.

Met instemming nam de Commissie kennis van den gedachtengang, die leidde tot de wijziging van art. 100, voorgesteld bij het wetsontwerp tot wijziging der wet op de oorlogswinstbelasting 1916. Uit de Memorie van Toelichting tot dit wetsontwerp toch blijkt dat de Regeering een open oog heeft voor de groote belemmeringen, die uit de wet op de oorlogswinstbelasting voortvloeien voor de ontwikkeling van ons nationaal bedrijfsleven.

Niettegenstaande vestigt de Commissie er de aandacht op, dat het gewijzigd

Sluiten