Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE VI.

Resolutie van 3 November 1916, No. 36.

De vraag is gerezen of voor de toepassing der wet op de oorlogswinstbelasting als deel van het inkomen en, in geval van vermeerdering van inkomen, als belastbaar is te beschouwen de opbréngst van kapitaal, dat zijn ontstaan dankt aan speculatie, niet in de uitoefening van een bedrijf, in fondsen, die tengevolge van den oorlogstoestand groote koersveranderingen hebben ondergaan.

Uit het bepaalde bij art. 9, Ir. d, der wet op de inkomstenbelasting en art. 10 der wet op de oorlogswinstbelasting volgt, dat het bedrag waarmede het vermogen van den belastingplichtige door de speculatiewinst is vermeerderd, bij de berekening van het inkomen zoowel voor de inkomstenbelasting als voor de oorlogswinstbelasting buiten aanmerking moet blijven. Daarentegen zal de opbrengst van het nieuw gevormde kapitaal voor beide belastingen bij de berekening van het inkomen moeten worden medegeteld. Voorts zal de vermeerdering van het inkomen die dientengevolge wordt geconstateerd, naar mijne meening als middellijk gevolg van den oorlogstoestand moeten worden aangemerkt en zal van die vermeerdering dus oorlogswinstbelasting verschuldigd zijn, ook dan wanneer het met de speculatie gewonnen bedrag is belegd in aandeden van binnen het Rijk gevestigde naamlooze vennootschappen of andere vereenigingen van personen. Wel bestaat de vermeerdering dan uit uitdeelingen als bedoeld in art. 24 der wet, doch zij kan niet gezegd worden een gevolg van die uitdeelingen te zijn.

Sluiten