Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„den paep die hem op den eylande Schelling onchristelyk ingedrongen heeft, aldaer van den dienst te weren en te ordonneren, dat die dienaer des Heiligen Evangeliums Suffridus te Oisthuysen, derweerts gesonden om het Rijcke Jesu Christi aldaer te beginnen op te bouwen, uit den ecclesiastieken goederen, aldaer synde, mach onderhout hebben en tot eenen dienaer mach ontfangen worden.'") Schellinge heeft dezen eersten Gereformeerden prediker slechts kort mogen behouden, daar hij na een verblijf van nog geen twee jaar naar Grootebroek vertrok.2) Zijn opvolger was Johannes Arcerius.3)

Rome had intusschen het eiland nog niet prijs gegeven. Vooral de Jezuïeten legden een weergaloozen ijver aan den dag om de Waddeneilanden voor hun geloof te herwinnen. De vurige pater Carbonelli,4) die in drie jaar tijds (1627—1630) op Ameland meer dan 200 eilanders, zoowel klein als groot tot de Kerk terugbracht en de grondslagen legde der thans nog bestaande gemeente, had ook Schellingerland onder zijn herderlijk toezicht. Hoewel zijn welsprekendheid groot was, mocht 't hem niet gelukken hier aanhang te krijgen. Toen dan ook in 1656 de pauselijke nuntius Jakobus de la Torre aan den «heiligen Vader te Rome" verslag deed van zijn dioecese, moest bij daarbij omtrent Schellingerland verklaren, dat het bijna van katholieken was verlaten en de geestelijke zorg was toevertrouwd aan den pater-Jezuïet op Ameland.5)

') Reitsma en Van Veen, Acta der Prov. en part. Synoden. Dl. I, bl. 62.

5) Melchior Veeris, Kerkel. Alphabeth, Amst. 1711.

3) Veeris, t. a. p.

4) W. van der Heyden. Verhaal van de verrichtingen der Jez. in Friesl. Leeuw. 1842, bl. 70.

5) Archief van de Geech. van liet aartsb. Utrecht, Dl. XI. bl. 197.

Sluiten