Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op het werpen van wurmsand, vischgrom, asch en andere onreinigheid op straten en gloppen (3 car. guldens).

op het draaien van roopen uit helmgras der duinen (12 car. guldens).

op het dansen, tieren en gieren na 's avonds klokke tien in de buren (3 car. guldens).

op het onbehoorlijk bejegenen »so met qualyk en vileyn te spreken, alsook met vuyligheit, sneeuwballen en steenen te werpen van eenige Bruydegoms ofte Bruyts gaande na ofte van de kerk ofte den Raadhuyse omme getrouwt te worden" (10 car. guldens en arbitrale correctie).

op het spelen met teerlingen, kaarten, duiten of ander spel in 't openbaar (3 car. guldens en Zondags 't dubbele), op het vuren in tuinen of duinen (3 car. guldens), op het uitmelken van een andermans koeien op St. Jansdag, dat gestraft werd met de boete die op veldroof stond.

I it den inhoud en de menigte der strafbepalingen blijkt ons genoegzaam, dat de Overheid van Schellingerland althans in beginsel gestreng is geweest. Of zij het echter ook was in de praktijk, moet nog blijken. Wij slaan daartoe de crimineele rollen van de Ooster- of Westerrechtbank op en dra bemerken we dat daar verre ^ an malsche vonnissen werden geveld. De Drossaard trad gewoonlijk op met een eisch, die in onze oogen ongehoord is. Vervolgens werd het oordeel der Schepenen gevraagd en dit was wel is waar in den regel veel zachter, maar ten slotte liep het toch op een zwaar vonnis uit. In den zomer van 1110 richtte een Wieringer visscher in de herberg de Pauw te Wester-Schelling baldadigheden aan, waarbij ruiten en bierkannen werden verbrijzeld. De Drossaard Gcrard Reynst eischte een boete van 200

9

Sluiten