Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

College-dictaat van een der studenten (Dogmatiek).

«w als het woord, waarin de kracht zich uit. Wanneer nu het <?V<* de ictus is waardoor het geschiedt, dan blijkt, dat de fons is de Sw^s rov @tov.

Om dit te verstaan vergelijke men hierbij wat ons van de wonderen wordt gezegd, die verwant zijn aan het Scheppingsterrein.

Mare 5-30- En terstond Jezus, bekennende in Zichzelven de kracht, die van Hem uitgegaan was, keerde Zich om in de schare, en zeide: Wie heeft

Mijne kleederen aangeraakt?" .

Luk 6:19: „En al de schare zocht Hem aan te raken: want er ging

kracht van Hem uit, en Hij genas ze allen."

Matth. 22:29: „Maar Jezus antwoordde en zeide tot hen: Gij dwaalt, niet wetende de Schriften, noch de kracht Gods." De Heere Jezus stelt hier de Sadduceën ten toon als blind voor de van God uitgaande kracht.

Matth 26-64: „Jezus zeide tot hem: Gij hebt het gezegd. Doch zeg ulieden:' Van nu aan zult gij zien den Zoon des menschen zittende ter rechterhand der kracht Gods, en komende op de wolken des hemels. God heeft -een hand. Maar Gods rechterhand is de zinnebeeldige uitdrukking vooi Gods heerschappij. Die heerschappij wordt gehandhaafd door de kracht

Zoo wordt in heel Jezus' verschijning voortdurend weer gewezen op die kracht. En ook Zijn wonderen heeten krachten.

In 1 Cor. 1 : 24 wordt Christus zelf de kracht Gods genoemd, d. w. z. de

incarnatie van de kracht Gods.

1 Cor. 6 : 14: ,En God heeft ook den Heere opgewekt, en zal ons opwekken

door Zijn kracht." Hier wordt dus de opstanding een gewrocht genoemd

van de kracht Gods. , ,

Hetzelfde lezen we in Filipp. 3:10: „Opdat ik Hem kenne en de kracht

Zijner opstanding, en de gemeenschap Zijns lijdens, Zijn dood gelijkvormig woidende^oo ^ ^ 20; ^ we]ke de uitnemende grootheid Zijner

kracht zij aan ons, die gelooven, naar de werking der sterkte Zy^r macht, die Hij gewrocht heeft in Christus, als Hij Hem uit de dooden heeft opgewekt.

Wanneer men nu hierbij de wonderen ter sprake brengt, dan dient men er op te letten, dat we over de wonderen van Christus anders hebben te oordeelen dan over die der profeten en apostelen. In vroeger tiid was ei controvers met Rome over de commumcatio potestatis creandi. Zij leerde te-en het einde der middeleeuwen, gedrongen door de transsubstantiatieleei. creatura creat creatorem. Tegenwoordig echter zegt geen Roomsch theoloog dat meer. Voorts lagen onze vaderen in controvers met de Socinianen, die leerden, dat Christus van nature een schepsel was, maar opgekiommen tot de -oddelijke waarde. Toch had Christus, dus een schepsel, de wereld

Sluiten