Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

College-dictaat van een der studenten (Dogmatiek).

aan die noodzakelijkheid gehoorzaamde God, dan wordt Gods vrijmacht geboni en en Hij zelf verlaagd tot een beperkt wezen, d. w. z. tot niet-God en noodwendig verzinkt men dan in atheïsme.

V. Onze volgende observatie behandelt de vraag, hoe de Schepping te ver-

h verband met de drie Personen van het Goddelijke Wezen. Waar

de Schnft over de Schepping handelt wordt zoo goed als uitsluitend van God Mepper gesproken. „In den beginne schiep God den hemel en de aarde. Onze hulp is in den naam des Heeren, Die hemel en aarde gemaakt heeft " Zoo vinden we in de Schrift op de vraag: Wie heeft de wereld geschapen9 bijna overal als antwoord: liet Goddelijke Wezen. Dienovereenkomstig leert

zijn Toch heeftT1?' ^ aan de drie Personen gemeen

het heef! fr ^ W°°rd het daarbÖ niet gelaten, maar

op l Hi ! °nS ° 6en inzicM te geven in de «economia divina

P dit punt. Hi, heeft ons de verhouding tusschen Vader, Zoon en Heiligen

voor J °Pefnbaren' °°k Wat betreft de Schepping. En zoo staan we dan voor de vraag of, voorzoover men met de drie Personen rekent, Zij alle drie

tzelfde hebben gedaan in de Schepping, dan wel of Zij daarbij ieder iets onderscheidenlijks hebben verricht.

Nu spreekt de Schrift hier niet veel over. Nergens wordt het in één punt saamgevat. Maar in een opzicht komt het gedurig ter sprake, n.1. waar de verhouding van den Christus wordt aangeduid tot het leven der natuur en der menschheid. De combinatie der drie stralen is daarentegen zeer spaarzaam Alleen van twee Personen wordt ons iets gezegd, n.1. van de verhouding tusschen den Vader en den Zoon.

°°r' 8 : 6: «Nochtans hebben wij maar éénen God, den Vader, uit

! " d7ei;.Zljn' en tot Hem * en maar éénen Heere, Jezus Christus, dooi Welken alle dingen zijn, en wij door Hem."

En ten deele ook in Rom. 11 : 36: „Want uit Hem, en door Hem, en tot Hem zijn alle dingen. Hem zij de heerlijkheid in der eeuwigheid, amen"

Zonder 1 Cor. 8 : 6 is echter uit Rom. 11 : 36 niets af te leiden. En al V^Pn ?aiUy °°k hl6r d6 onderscheiding overdragen tusschen den ™Jll r ?!: aan 6 neiging om bij het lot Hem te denken aan het

ITdt het" df!J feillgei!. Geest ma^ niet ™>rden toegegeven. Het tot Hem duidt het doel der creatie aan, maar is niet zelf een factor der creatie. Het

enkel ? ! Jaarnaar de Schepping streeft. En dat doel moet niet

enkel liggen in den Heiligen Geest, maar in den drieëenigen God

Het eenige punt, dat de Schrift nader en breeder toelicht, is het deel, dat "

5

Sluiten