Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

College-dictaat van een der studenten (Dogmatiek).

een bepaalde combinatie van zulke chemische en physische krachten. De individualisatie in ons lichaam is een gevolg van het verschil waarmee deze krachten gecombineerd en beheerscht worden. Een stuk vel van een neger, op den arm van een blanke ingezet, wordt na verloop van tijd zelf ook blank. Dit bewijst dat de chemische verhoudingen bij den een anders zijn dan bij den ander. Nu kan het werk van den Heiligen Geest niet omgaan buiten de krachten, die op allerlei wijze in de natuur werken. Zij zijn het substraat, waaruit de Heilige Geest de individualisatie opbouwt. Ook de krachten in het anorganische leven zijn werkingen van den Heiligen Geest. Toen de levensenergieën nog niet tot uiting waren gekomen zweefde Hij over de wateren. Maar in dat zweven erover van den Heiligen Geest lag de profetie, dat de energieën erin tot werking zouden komen.

Vatten we het gevondene nu saam, dan krijgen we dus, dat de oorsprong der substanz van het xna/ia uit den Vader is, de gedachte der Differenzierung door den Zoon, en alle energie die er Zich in openbaart om tot individualisatie te leiden door den Heiligen Geest. Of in 't kort: de substanz is uit den Vader, de specialiseering is door den Zoon, en de individualiseering is door den Heiligen Geest.

Natuurlijk mag daarbij nooit gedacht worden aan coöperatie, als hadden de drie Personen elk een eigen werk om af te leveren; maar het is een opus ad extra, dat door de ééne actie van het Goddelijke Wezen in Zijn drie Personen tot stand komt.

VI. De volgende quaestie, waarbij we dienen stil te staan, is het geocentrisch karakter, dat aan den kosmos moet worden toegekend.

Naar de voorstelling der Heilige Schrift is deze aarde het middelpunt, waarom heel het firmament bestaat. Daarentegen noemt de tegenwoordige natuurwetenschap de aarde maar een klein verdwijnend verschijnsel in het heelal.

Voor we dit probleem nu onder de oogen zien, dient eerst iets te worden gezegd over het begrip wereld.

Dit begrip is ook in onze taal zeer verschillend.

Zeg ik: God en de wereld, dan bedoel ik met wereld het heelal, het universum. Spreek ik van de inwoners der wereld, dan bedoel ik onze aarde tegenover verschillende andere bollen. Heb ik het over wat de wereld, maar de Christen niet doet, dan bedoel ik den levenstoon van hen die God niet kennen. Zeg ik: de beschaafde wereld, dan bedoel ik den levenskring met welken wij allen in verband staan: de vita humana. Deze laatste beteekenis is de meest voor de hand liggende en tevens de oorspronkelijke. Wereld toch is samengesteld uit wir en ald. Wir nu. het Latijnsche vir, beteekent man, en ald is

Sluiten