Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 6. De buiten-Schriftuurlijke voorstellingen omtrent het ontstaan der dingen.

Voorzoover de zinnende en denkende mensch zich buiten de Openbaring rekenschap zocht te geven van het ontstaan en bestaan der dingen, hierbij hoogstens door eenige nawerking der Schrifttraditie geleid, is onderscheid te maken tusschen de kosmogonieën en kosmologieën. De kosmogonieën dragen in hoofdzaak een emanatistisch karakter en verklaren op allerlei fantastische wijzen het ontstaan der dingen door een uitvloeiing uit iets, dat als eeuwig bestaande gedacht wordt, waarbij de voorstelling, dat de wereld uit een ei uitgebroed is, of bestaat uit brokstukken van een oorspronkelijk bestaan hebbend reusachtig mensch of dier, gedurig terugkeert. Alleen in de oud-Babylonische, oud-Egyptische, Etruscische en Perzische kosmogonieën zijn vaste lijnen, die met Genesis 1 en 2 zekere verwantschap toonen, en vermoedelijk uit spreiding der Joodsche traditie, of ook uit interpolatie te verklaren zijn. Hooger staan de kosmologieën, die vooral bij de Grieksche philosophen een hooge vlucht namen, en deels een materialistisch, deels een idealistisch karakter dragen, doch onder allerlei vorm steeds een pantheïstische strekking vertoonen, zóó echter dat het denkbeeld van een begin der dingen nog niet geheel is losgelaten. Eerst in de nieuwere philosophie is alle denkbeeld van Schepping principieel prijsgegeven, en thans wordt de eeuwigheid van het bestaande, hetzij in materialistischen, hetzij in idealistischen zin in steeds breeder kring door het moderne heidendom aanvaard.

Een geheel ander standpunt wordt ingenomen door de hedendaagsche natuurkundigen, die op grond van 't geen is waargenomen, zoo ter zake van den samenhang der dingen in hun grondstoffen en grondkrachten, als ter zake van de veranderingen die vroeger hebben plaats gegrepen en nog plaats grijpen, zich het bestaande voorstellen als het resultaat van overgangen van het simplex tot het gecompliceerde, en zich het geheel denken als opgebouwd uit atomen, uit wier afwisselende combinatiën alle enkele dingen zouden zijn voortgekomen. Gevolg waarvan is, dat alle principieel soortverschil voor hen wegvalt, ook dat tusschen het organische en anorganische; alsmede dat door hen een

Sluiten