Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet rijp zijn voor zulk een statenbond, zullen zij zichzelf er wel buiten houden. En men bedenke ook dat een slecht inwendig bestuur van enkele der deelnemende staten het algemeene Bondsbestuur niet schaden kan, terwijl omgekeerd een goed Bondsbestuur en het nauwer contakt met „beschaafder" naties wèl een opvoedenden invloed moet hebben op die thans nog minder sympathieke elementen. En wat een wereldstatenbond betreft: mocht het blijken dat de Vereenigde Staten van Amerika werkelijk behoefte zouden hebben aan een nog hechter verband met Europa dan door tractaten toch al mogelijk is, dan zal het zeker wel een middel weten om zich niet te doen passeeren. Er is dus eenerzijds geen reden om voor een beperkten Europeeschen Bond, anderzijds geen reden om nu reeds voor een wereldbond te ijveren. Europa ligt overhoop en het meest voor de hand liggende is daarom eerst in Europa weer orde te brengen.

Sommigen, die de macht van ellende, rouw en zelf-inkeer niet kennen, zullen zeggen: „Maar hoe is het denkbaar dat volken, die op dit oogenblik nog elkaar op leven en dood bestrijden, dadelijk daarna een vreedzamen bond zullen sluiten?" Ik antwoord: hun geweten, dat zij nü met frases paaien, hun gezond verstand, dat nü beneveld is, zullen er hen toe dwingen. In alle landen, zelfs de oorlogvoerende, worden stemmen vernomen, en zij worden steeds talrijker, die met nadruk verklaren dat de te sluiten vrede voorgoed de aanleiding tot nieuwe oorlogen moet wegnemen, en in enkele, in Noorwegen, Italië, Zwitserland, de Vereenigde Staten, Engeland en zelfs in Duitschland wordt daarbij gewezen op de noodzakelijkheid van aaneensluiting. Ja zelfs in Duitschland. Ik bedoel niet de propaganda die reeds vroeger voor een Europeesche federatie gevoerd werd door mannen als Waechter en Umfrid, maar ik doel op het nü, tijdens dezen oorlog verschenen vlugschrift van een van Duitschland's grootste volkenrechtsgeleerden Franz von Liszt: Ein Mitteleuropaischer Staatenverband". Von Liszt bepleit als absoluut noodzakelijk de stichting van een MiddelEuropeeschen Statenbond, voorloopig gevormd door Duitschland, Oostenrijk, Nederland, Skandinavië, Denemarken, Zwitserland en Italië, waarbij zich dan zouden kunnen aansluiten Frankrijk, Spanje, Portugal, de Balkanstaten en het dan misschien vrije Polen. Men late zich nu vooral niet in de war brengen door von Liszt's, op niets anders dan psychologisch verklaarbaren oogenblikkelijken haat tegen Rusland en Engeland berustend betoog, dat deze Bond moet worden gesloten, „zonder Rusland, tegen Engeland, en zoo mogelijk met Frankrijk. Het klinkt inderdaad niet bijster vredelievend. En von Liszt staat met zijn exclusivisme volstrekt niet alleen.

Het is merkwaardig: bijna gelijktijdig met de brochure van von Liszt ontving ik van een Franschman een pleidooi voor een Wes<-Europeeschen Statenbond, waarvan Duitschland en Oostenrijk moesten worden uitgesloten, omdat die beide landen 1 25 jaar in kuituur ten achter zouden zijn. En in de „Times" van 30 Nov. vind ik een beschouwing over mijn artikel: „Het Eenige Redmiddel", eindigende met den vriendschappelijken raad om ons plannetje maar liefst dadelijk weer op te rollen, aangezien toch géén staat in Europa, groot of klein, er ooit aan denken zou toe te treden tot een bond, v. aarvan Duitschland en Oostenrijk deel uitmaakten. Deze vechtersbazen met de pen vormen wel een opmerkelijk contrast met de twee werkelijke strijders die ik in het eerste gedeelte van mijn voordracht ter sprake bracht. En is het niet eigenaardig dat daarentegen juist een Belgisch geleerde mij een gedetailleerd ontwerp toonde voor een D>ere/c?statenbond ?

Men late zich dus niet door tijdelijke hartstochten en oorlogswaanzin in de war brengen, maar lette liever daarop dat een geleerde als von Liszt een zoo omvangrijken bond als hij voorstelt (en als ook ik wensch, want wat maakt een verschil van een paar staten meer of minder technisch uit?) voor mogelijk, zelfs voor dringend nood-

Sluiten