Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moet beschouwd worden als behoorende tot de taak der gemeentepolitie.

Het tweede lid van art 188: Hij waakt tegen hel doen van met de openbare orde strijdige vertooningen , geeft aan den burgemeester ontegenzeggelijk een zelfstandig recht, onaf hankelyk van politieverordeningen

De bedoeling was — zeide de Minister van Binnenlandsche Zaken Thokbecke — de verantwoordelijkheid voor het houden van onzedelijke vertooningen op den burgemeester te leggen , omdat alleen wanneer die verantwoordelijkheid op één persoon , één individu, gelegd wordt, het houden van zoodanige vertooninoren kan worden geweerd.

Een deel der Commissie meent dat zoodanig recht van censuur, zoodanige bevoegdheid eigenmachtig vertooningen te verbieden, uit haar aard eeue functie is van algemeene politie en niet voldoet aan de kenmerken der gemeentelijke politiezorg.

De meerderheid echter was van een ander gevoelen.

De meening van de meerderheid der Commissie wordt aldus geformuleerd:

De politie over de schouwburgen enz., bij art. 188, al. 1, aan den burgemeester opgedragen, moet, hoewel niet enkel beperkt tot de toepassing van gemeenteverordeningen, opgevat worden als te behoor en tot de taak der gemeentepolitie.

De opdracht bij art. 188, al. 2, aan den burgemeester gegeven om te waken tegen het doen van met de openbare orde of zedelijkheid strijdige vertooningen, hoewel opleverend eene zelfstandige bevoegdheid verleend aan den burgemeester, onafhankelijk van verordeningen, moet gerekend worden tot de taak der gemeentepolitie.

De Commissie meent zich van eene behandeling van art. 189 (politie bij brand) te mogen onthouden , omdat de bevoegdheden, bij brand aan den burgemeester gegeven , in geen geval behooren tot de veiligheidspolitie , tot welke zich het mandaat der Commissie bepaalt, maar veeleer een administratief-technisch karakter dragen.

Men vergelijke hierbij art. 73 der Onteigeningswet in verband met de Memorie van Antwoord op het artikel en bepaaldelijk de woorden : hij (d. i. de burgemeester) moet doen wat in zoodanig geval aan de hoogste, ter plaatse aanwezige, burgerlijke overheid toekomt 1).

i) Fhanckln, bladz. 378.

Sluiten