is toegevoegd aan uw favorieten.

Inleiding op den Bijbel in de tekstuitgave der Leidsche Vertaling

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat Lucas, die blijkbaar uit oude bescheiden putte, meer eerbied had gehad voor hetgeen hij daarin las en zich minder had beijverd in den vorm van verhalen te prediken wat hij voor de gemeenten zijner dagen heilzaam achtte.

Grooter eer dan dit boek genoot in de gemeenten der tweede eeuw een verzameling brieven van „den apostel"; dat was Paulus. Wij weten niet hoe zulk eene verzameling ontstaan is en moeten ons dus vergenoegen met gissingen. Voor de hand ligt de onderstelling dat men hier en daar deed naar den raad in Kol. 4 '■ "6 gegeven: „wanneer deze brief bij u is voorgelezen, zorgt dan dat hij ook in de gemeente der Laodicenzen voorgelezen wordt, en dat gij den brief uit Laodicea te lezen krijgt". Stelde men er prijs op, dan liet men een afschrift vervaardigen. Zoo konden van lieverlede kleine bundels ontstaan. Maar krachtig medegewerkt om op die brieven de aandacht te vestigen heeft de geweldige godsdienststrijd die in de gemeenten woedde over de beteekenis van het O. T. voor de geloovigen. Daarin werd Paulus, die zich hierover zoo vaak had uitgelaten, betrokken: men verzamelde brieven van hem, schreef ze met of zonder wijzigingen over, werkte ze om. verdichtte nieuwe op zijn naam — hierin zag men oudtijds geen kwaad; zoo bestaat er zelfs een briefwisseling van Jezus met een koning te Edessa, in Mesopotamië 1 In het midden der tweede eeuw bevalen de leiders der voornaamste gemeenten een dertiental aan: Romeinen, 1 en 2 Korinthe — nog een of twee brieven aan de Korinthiërs zijn verloren gegaan — Galaten, Efeziërs, Filippenzen, Kolossenzen, 1 en 2 Thessalonicenzen, Titus, 1 en 2 Timctheüs en Filemon.

Over dien aan de Hebreën is hevig gestreden, tot in de vierde eeuw toe. De reden waarom is kenschetsend voor de manier van doen in de oudheid, In Hebr. 6 : 6 staat dat een afvallige nooit weer in genade kan worden aangenomen. Naar gelang men dit toejuichte of afkeurde — en de gemeenten waren hierover zeer verdeeld — noemde men het boek al of niet apostolisch, Paulinisch, goddelijk. Hieronymus nam het op in de Vulgata, en hiermee was de zaak beslist.

Op de brieven van Paulus volgen zes die vaak de Katholieke genoemd worden; dat wil zooveel zeggen als: algemeen aangenomene, echte. Ze zijn die van Jacobus, twee van I etrus, drie van Johannes en een van Judas. Van deze zijn 29