Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ziet ge daar nu, dat Mozes er niet minder om is geweest, dat God zeide: „Spreek mij niet meer van deze zaak?" Geloof het dan evenzeer, dat ook gij er niet minder om zijn zult als God uw zaak afwijst, om u er een van Hem, dat is een altijd betere, voor in de plaats te geven.

Mozessen in ons midden, die daar op God vertrouwt, en uw zaak in Zijne hand durft stellen, welgelukzalig zijt ge.

De wereld zonder en buiten God heeft voor hare vragen en raadselen slechts een evangelie der wanhoop; een poort des doods meer gelijk, dan een blijde boodschap. Maar gij, die op den Heere en op Zijne goedertierenheid, op Zijn trouw en wijsheid hoopt en bouwt, gij hebt een grooter goed; een rustpunt voor uw ontroerde ziel, een steunpunt in God zelf. In de geloovige genieting van dat ware goed kan alle bitterheid tot zoetigheid worden. Van de aarde afgezien, heft dan uw stem op tot God:

Och! mocht ik in die heilige gebouwen,

De vrije gunst, die eeuwig Hem bewoog,

Zijn lieflijkheid en schoonen dienst aanschouwen!

Hier weidt mijn ziel met een verwond'rend oog!

Want God zal mij, opdat Hij mij beschut,

In ramp en nood versteken in Zijn hut;

Mij bergen in 't verborgen van Zijn tent,

En op een rots verhoogen uit d'ellend.

Zoo ik niet had geloofd, dat in dit leven

Mijn ziel Gods gunst en hulp genieten zou;

Mijn God! waar was mijn hoop en moed gebleven?

Ik was vergaan in al mijn smart en rouw.

Wacht op den Heer, godvruchte schaar 1 houd moed:

Hij is getrouw, de Bron van alle goed;

Zoo daalt Zijn kracht op u, in zwakheid, neer;

Wacht dan, ja wacht; verlaat u op den Heer!

Ps. 27 : 3, 7.

Geliefden! zou ik te veel zeggen, als ik uitspreek dat gij allen, niemand* uwer uitgezonderd, teleurstelling kent? En toch is het niet overbodig, dat we u met nadruk toeroepen: teleurstelling, een keten van aaneengeschakelde teleurstellingen is uw leven en zal het zijn tot in de verste toekomst, tot in de eeuwigheden der eeuwigheden, allen gij, die God niet vreest, en die daar leeft uit het beginsel van den leugen.

Dat is uw beginsel, jongen en ouden, die daar uw hoop stelt op dit leven; die in den zaligen dienst van God niet uw vermaking wilt scheppen, die daar van alles behalve van God uwe verwachtingen hebt. — Zeg mij; neen beter, belijd

Sluiten