Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gezongen: Gezang 22 : / en 3. Gelezen ; Psalm 115.

Gezongen : Psalm 103 : 9.

Van een afscheid wordt gesproken o. a. in de Handelingen der Apostelen.

In Handel. 20 lezen wij hoe Paulus van zijn laatsten zendingsreis terugkeerend naar Jeruzalem, afscheid neemt van de ouderlingen van Efeze.

„Gij weet" (— zegt hij o. m. —), „hoe ik niets heb achtergehouden van hetgeen nuttig was, dat ik u niet zou verkondigd en geleerd hebben in het openbaar en bij de huizen — betuigende beiden Joden en Grieken, de bekeering tot God en het geloof in onzen Heere Jezus Christus.

En nu gij mijn aangezicht niet meer zien zult, betuig ik ulieden op dezen huidigen dag, dat ik rein ben van het bloed van u allen.

Want ik heb niet achtergehouden, dat ik u niet zou verkondigd hebben al den raad Gods."

En als hij op deze wijze gesproken had, heeft hij nederknielende met hen allen gebeden.

En er werd een groot geween van hen allen, en zij vallende om den hals van Paulus, gaven hem den broederlijken afscheidskus.

Wat mag toch de oorzaak zijn dat deze eertijds aan Paulus vreemde menschen, zich zoo verbonden aan hem hebben gevoeld ?

Is het niet dit: dat zij door de geestelijke banden des geloofs vereenigd waren ?

Deze geestelijke banden zijn de hechtste banden die menschen aan elkaar verbinden kunnen.

Familiebanden behoef ik het te zeggen ? zijn vaak o zoo los.

De huwelijksband is daar slechts sterk, waar echte zielenharmonie is.

Vriendschapsbanden kunnen doorgaans gemakkelijk verbroken worden, tenzij wederkeerige belangen ze onderhouden.

De geestelijke banden des geloofs zijn de sterkste.

Sluiten