Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GEMEENTE VAN VRIEZENVEEN !

Slechts twee dagen geleden stonden wij geschaard rondom het graf van uwen geliefden leeraar. Uwe ziel, zoowel als de mijne, was met droefheid vervuld, ons oog met tranen. Hij, die van ons was heengegaan, had zulk eene ruime plaats in uwe harten, en groot is het verlies voor u en zijne dierbaren ; zwaar deze beproeving.

Wie zal deze wonde helen en de nedergebogene harten oprichten ? Tot wien zouden wij anders heengaan dan tot onzen God, Wiens raad zal bestaan, en Die met de beproeving ook troost en uitkomst wil geven. En zeker was het u eene behoefte, heden tot deze plaats des gebeds op te gaan, om uwe harten door de prediking van het woord met gebed en gezang te laten sterken.

Op welke plaats zouden wij ook beter kunnen te zarnen zijn dan in het huis des Heeren, waar God zelf beloofd heeft, vrede te zullen geven ; waar zoo menigmaal troost en verkwikking genoten werd onder de prediking van uwen geliefden leeraar.

En nu staat een ander in zijne plaats. Iemand, die behoefte heeft om tot u te spreken; niet, om den lof eens menschen, maar om de wonderbare genade onzes Gods te verkondigen, waardoor Hij ons tot Zijnen dienst wil gebruiken, en over het loon, Zijnen getrouwen dienstknechten toegezegd.

Nu bijna 8 jaren geleden, op den 29sten November 1896, mocht ik uwen leeraar inleiden in uw midden, met denzelfden tekst, waarmede ook zijn vader te dezer plaatse bevestigd is : „Alzoo houde ons een ieder mensch als dienaars van Christus en uitdeelers der verborgenheden Gods".

En thans, hoeveel is er veranderd sedert die jaren ! Veranderd in uw midden ; in uwen huiselijken kring. Hoevelcn reeds heengegaan tot de ruste, die daar overblijft voor het volk van God ! Ook de plaats des voorgangers van de gemeente, van den dienaar van Christus en uitdeeler van de verborgenheden Gods, is ledig geworden.

Sluiten