Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelijk wezen ; want wij zullen Hem zien gelijk Hij is.

Zij zullen Hem eenmaal aanschouwen. Zij zullen den Koning zien in Zijne schoonheid, daar, waar Hij hun plaats heeft bereid.

O! wij kunnen het verstaan, dat heimwee dier vrome moeder, die stervende met gebroken stem nog zeide: „O ! blij vooruitzicht, dat mij streelt! Ik zal ontwaakt Uw lof ontvouwen, U in gerechtigheid aanschouwen, verzadigd met Uw god'lijk beeld".

Niemand heeft ooit God gezien, Die een ontoegankelijk licht bewoont, Die de Onzienlijke is. Maar het Woord is vleesch geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijne heerlijkheid aanschouwd., eene heerlijkheid als van den Vader) vol van genade en waarheid.

Die Mij gezien heeft, heeft den Vader gezien. En de Apostelen hebben den Heiland tijdens Zijne omwandeling op aarde aanschouwd, en velen met hen.

Maar ook gij, die vrijgekocht zijt door het bloed des Lams! gij zult Hem zien in al Zijne heerlijkheid. Uw verlangen zal vervuld worden, om Hem, Wien gij uwe behoudenis dankt, te aanschouwen. Dan, als gij zult ingegaan zijn, uit Zijne hand ontvangen hebbende de kroon der overwinning ; instemmende met den jubel der verlosten: „Het Lam, dat geslacht is, is waardig te ontvangen de kracht, en rijkdom, en wijsheid, en sterkte, en eer, en heerlijkheid, en dankzegging-"

Ja! wel mogen wij met het oog op zulk eene toekomst zingen: „Wat zal 't zijn, wat zal 't zijn, als in Salem ik verschijn; in die stad met gouden kronen? Heer, mijn God ! bij U te wonen, wat zal dat een vreugde zijn!"

Geliefden! wij kunnen niet met juistheid omschrijven, waarin het dienen van God zal bestaan, maar dit weten wij wel, dat het epne zalige dienst zal zijn, een volkomene dienst, een dienst die Hem verheerlijkt.

Verheerlijkt, ook om de leidingen hier op aarde met hem gehouden. Welk een geheel ander licht valt daar nu op — en hoe goed is het hun nu !

Welk eene toekomst, gemeente des Heeren ! Gij allen, die hier op aarde Uwen Heiland dient en straks daarboven Hem zult dienen! gij zult Hem zien en Zijn naam zal op uwe voorhoofden zijn.

Ja, ook dat is toegezegd.

Die overwint Ik zal hem maken tot eenen pilaar in den tempel Mijns Gods, en hij zal niet meer daaruit gaan ; en

Sluiten