Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maken bij hun medemenschen. Ja, zelfs zijn er zondaars en goddeloozen die roem dragen op hunne euveldaden, die hun eer stellen in hunne schande. Weer anderen zijn van geheel tegenovergestelden aard.

Geen roem! Hiermede stemmen ze van harte in. Wat men dan ook bij hen aantreft is enkel somberheid en geklag. Ze klagen over zichzelven en meenen dat zij de ongelukkigsten van allen zijn. Ze klagen over hun huisgezin, over het kruis dat zij daarin te dragen hebben. Ze klagen over anderen, op wie zij altijd iets weten aan te merken. Ze klagen over de toestanden, die zoo treurig, over de tijden, die zoo donker zijn, over het menschdom, dat zoo ontaart.

Beide, die roemers en die klagers, M. H., hebben ongelijk. De eersten roemen in het vleesch, en „alle zoodanige roem is boos". De anderen zien voorbij het goede dat God zijne menschenkinderen, zelfs in het somberste leven, te genieten geeft.

Geen roem, zeiden we; en toch is roemen tot op zekere hoogte geoorloofd, mits het de mate maar niet overschrijdt, mits het maar geen schade doet aan de eischen der oprechtheid en der waarheid. Zoo verstond het ook de apostel. „Wij zullen niet roemen buiten de maat", zegt hij in hoofdstuk 10 van dezen brief. En in vers 6 van ons teksthoofdstuk verklaart hij: „Zoo ik roemen wil, ik zal niet onwijs zijn; want ik zal de waarheid zeggen", al voegt hij er dan ook bij : „maar ik houd daarvan af, opdat niemand van mij denke hoven hetgeen hij ziet dat ik ben, of dat hij uit mij hoort". Wat hij dan ook zegt in den tekst, moet niet in het algemeen en in volstrekten zin worden beschouwd, maar heeft daar alleen betrekking op het „komen tot gezichten en openbaringen des Heeren" Wij behoeven het goede, hetzij in onszelven hetzij in anderen, niet te miskennen — neen, wij mogen het dankbaar erkennen en er zelfs in roemen, wanneer het maar niet uit een verkeerd beginsel en meteen verkeerd oogmerk geschiedt.

Geen roem; dat wil dus zeggen : geen hoogmoedige eigen roem, geen ijdele zucht om menschen te behagen.

Sluiten