Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volk omkomen in zijn ellende? Laat pek en zwavel aanvoeren, en verbrandt de lijken, die gij langs den openbaren weg vindt en van hen, die bezweken aan de kwaadaardige koortsen, aan pest en cholera!

En zoo geschiedde. En haar hemelsche dienaressen liet zij toezicht houden, dat het zoo geschiedde. Het volk herademde, want de pestlucht dreef weg, en weder ging zij tot de oversten des volks en sprak:

„Laat tenten opslaan op de hoogten, ver van de moerassige oevers, en brengt er de zieken onder, en mijn dienaressen zullen uw kinderen verplegen

En het geschiedde zoo. De zieken werden afgezonderd van de gezonden, en schoon velen bezweken, velen ook bleven behouden, want Hygiéa's dienaressen verpleegden hen met ■wijsheid en liefde.

Nogmaals beval Hygiéa: Laat de wateren van den Nijl :vloeien over alle straten en wegen, over de hoogten en door de laagten, en stelt reinigers aan, die het vuil, dat eeuwenlang opgehoopt werd, keeren in den Nijl, en zijn wateren zullen het voeren naar zee."

Haar bevel werd gehoorzaamd. Groote sproeiwagens reden door de steden en goten de wateren van den Nijl over de straten, en er bleef geen plek onbesproeid. Nu kwamen mannen met lange, groote bezems en veegden alle vuil van straten en wegen, uit alle gaten en hoeken. Dag en nacht werkten zij en werden niet moede, want de hemelsche bewaaksters hielden het oog op hen.

Nog waren de vreeselijke ziekten niet bedwongen. Want wel was de lucht gezuiverd van den pestwalm en de openbare weg gereinigd van alle vuil, maar het voornaamste en zwaarste bleef nog te doen over. Higiéa met haar schaar van dienaressen trad de woningen binnen, en nadat zij de ' menschen buiten gedreven had, liet zij verstikkende dampen opstijgen, die alle ruimten vulden, in alle reten en openingen doordrongen en de ziektekiemen doodden. Knechten en meiden schrobden en dweilden in kamers en keuken, in het voorhuis en achter in het huis, en bijtende stoffen smeerden zij op zolder en muren. Bizondere zorg wijdden zij aan de slaapplaatsen : alle beddegoed werd gekookt of uitgestoomd en in kunstige machines gedraaid en gewrongen over en weer, tot er geen smetje meer in bleef, en het houtwerk werd geboend met stevige borstels met heet zeepsop en sodawater. Ook het

Sluiten