Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Wetten en hare Geschiedenis.

De wetsontwerpen, die geleid hebben tot het samenstel van wettelijke bepalingen, thans algemeen aangeduid met den naam „De Kinderwetten," werden in Mei en Juli 1898 door den Minister Cort van der Linden bij de StatenGeneraal ingediend.

De aanleiding tot de indiening was, volgens de Memorie van Toelichting bij het eerste wetsontwerp, „vooral te vinden in talrijke klachten, dat onze wetgeving hoofdzakelijk oorzaak was van het mislukken der pogingen, van verschillende zijden ondernomen, om ten behoeve van minderjarigen helpend tusschenbeiden te treden; zoodat het dringend noodig was het gezag van vereenigingen, stichtingen en instellingen van weldadigheid, die zich verzorging van hulpbehoevende minderjarigen ten doel stellen, op vaster grondslagen te vestigen."

De bedoeling van den ontwerper zal niet onjuist worden weergegeven met te zeggen, dat het geheel zijner wetsvoordrachten was gebouwd op vier grondgedachten:

1. te breken met het beginsel der onaantastbaarheid van de ouderlijke macht, ook waar die macht wordt misbruikt om de kinderen te verdrukken of hen op te leiden tot misdadigen en ontuchtigen;

2. een dam- op te werpen tegen de toeneming der misdadigheid van minderjarigen, door, bij slechte leiding, tijdig in te grijpen en het verkeerde gezag door beter te vervangen;

8. een einde te maken aan de miskenning der rechten en gaven van de vrouw op het terrein van familieleven en voogdij;

4. de berechting en bestraffing van jeugdige personen te verbeteren overeenkomstig de aanwijzing der besten en nobelsten, die op dit gebied werkzaam waren.

De algemeene instemming met deze grondgedachten was oorzaak, dat men zich ook gaarne met hare uitwerking vereenigde. De behandeling der zeer gewichtige ontwerpen in

Sluiten