is toegevoegd aan uw favorieten.

De kinderwetten en de daarmede verband-houdende maatregelen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn ouders of zijn voogd niet in staat zijn de kosten, aan die opneming verbonden, te betalen, zoo komen deze kosten ten laste van den Staat. (Arten 357, 358 en 442 B. W., Art. 4 G. W.) Zoowel de ouders, als de Minister van Justitie kunnen, zoo zij dit noodig achten, aan bovenbedoelde plaatsing een einde maken. (Art. 359 en Art. 442a B. W.)

Het verdient opmerking dat de kinderen, in de vorige bepalingen bedoeld, nooit een plaats kunnen vinden in het Rijks-Opvoedingsgesticht, doch uitsluitend in de Tuchtschool. In verband met het karakter der Tuchtschool als strafplaats, is dan ook bepaald, dat dergelijke opname voor kinderen beneden 14-jarigen leeftijd nooit langer mag duren dan 6 maanden en voor ouderen nooit langer dan een jaar. Wel kan de plaatsing daarna, met inachtneming der zelfde formaliteiten, voor 6 maanden worden verlengd; doch het feit dat in de Tuchtschool geen vakonderricht wordt gegeven, maakt het toepassen dezer verlenging niet raadzaam.

Voor zeer ondeugende jongens dus, die noodzakelijk enkele jaren onder strenge leiding moeten worden gebracht, omdat hun vader of hunne moeder (weduwe) hen niet kan regeeren, kan van de hierbedoelde wetsbepaling geen gebruik gemaakt worden. (Art. 4 G. W., Art. 357 en Art. 442 B. W.)

Ryks-Opvoedingsgestichten.

Wij zagen op bladz. 32 onder letter e dat, wanneer de rechter beveelt, dat een jeugdig overtreder der wet ter beschikking van de Regeering worde gesteld, de Regeering

- in deze vertegenwoordigd door den Minister van Justitie

- op twee manieren in de opvoeding van dien minderjarige kan voorzien: 1°. door plaatsing in een Rijks-Opvoedingsgesticht, 2°. op andere wijze.

Over die andere wi/jze spreken wij hierna, thans een enkel woord over de Rijks-Opvoedingsgestichten.

De Rijks-Opvoedingsgestichten zijn (in tegenstelling met de Tuchtscholen) geen strafplaatsen, doch plaatsen van op-