Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verlieten zij den dienst na hun 22c levensjaar, dan is het overleggen van een bewijs, als bedoeld in punt A, 4°, niet noodig.

Zij zijn echter gehouden tot het overleggen van alle bescheiden betreffende nunnen vroegeren dienst.

§ 6. Gewezen militairen, die bij het ontslag uit den dienst een certificaat van goed gedrag hebben ontvangen, kunnen, wanneer zij zich weder tot dienstneming aanmelden en overigens aan de vereischen \okloen en physiek geschikt bevonden zijn, zonder nader onderzoek nopens hun vroeger gedrag in dienst worden aangenomen.

Artikel V.

Tot eene vrijwillige verbintenis worden niet toegelaten deserteurs en personen, die vroeger in Xederlandschen dienst zijn geweest en van den militairen stand vervallen zijn verklaard of wel met een bijzonder gemerkt paspoort uit den dienst bij de Zee- of Landmacht zijn weggezonden. J °

Artikel VI.

§ ^'e aanneming geschiedt als soldaat voor het wapen der infanterie, artillerie, cavalerie of genie zooveel mogelijk in overeenstemming met het verlangen van den aangeworvene, met dien verstande dat zeventienjarigen en zij, die hun eerste opleiding bij het korps wenschen te ontvangen, zich alleen voor het wapen der infanterie kunnen verbinden.

Zij die als ziekenverpleger in burgerlijke- of militaire ziekeninrichtmgen hebben gediend, kunnen, met hunne toestemming, c. q. ook na hunne aanneming door den Commandant van de Koloniale Reserve worden bestemd voor den hospitaaldienst.

Gepasporteerde, gegageerde of gepensionneerde militairen van de koloniale troepwi en van het Leger hier te lande beneden den rang van onderolficier, kunnen bovendien in hun vorigen rang worden aangenomen.

Gepasporteerde, gegageerde of gépensionneerde onderofficieren van de koloniale troepen kunnen alleen dan zonder machtiging van den ilimster uin Koloniën in hun laatstbekleeden rang worden aangemdlen er eene aanteekening op hun stamboek gesteld is, waaruit blijkt, dat op wederaanneming in dien rang binnen een bepaalden termijn prijs wordt gesteld.

Vrijwillig dienende militairen van het Leger hier te lande en ingelijleien bij de militie in werkelijken dienst kunnen alleen met machïging van den Minister van Oorlog bij de koloniale troepen overgaan ot gedetacheerd worden.

§ 2. De verbintenissen worden aangegaan om te dienen bij de koloniale troepen zoowel in als buiten Europa, behoudens die op proef en die bij het vast personeel, welke verbintenissen alleen worden aangegaan voor den dienst hier te lande bij de Koloniale Reserve.

Artikel VII.

§ 1. Het aanbrenggeld, bedoeld in tarief VI van de Regeling voor

Sluiten