Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 24 —

strijken daarvan niet afgedaan kunnen worden — antwoordde de Minister, dat hij in vaststelling van den rooster voor den tijd van drie jaren (thans zes jaren) geen overwegend bezwaar zag, waar de bevoegdheid is gegeven den rooster, zoo noodig te wijzigen. Deze wijze van vaststelling kwam hem wenschelijk voor, omdat dan aan de leden zooveel mogelijk een zittingstijd kan worden aangewezen welke ieder van hen hef' best convenieert, terwijl verder in den rooster zeiven ware te bepalen, dat de leden zullen hebben deel te nemen aan de behandeling van zaken, welke gedurende den hun aangewezen zittingstijd aanhangig gemaakt zijn, doch gedurende dien tijd niet kunnen worden afgedaan.

— Volgens de oorspronkelijke redactie van het eerste lid, wees de daarbedoelde rooster slechts aan den tijd, gedurende welken ieder lid-werkgever of lid-werkman zijne functie zal uitoefenen. - Deze redactie is bij de wijzigingswet van 1 Mei 1917 iets verruimd, opdat geen twijfel zou overblijven, dat de arbeid tusschen de bijzitters steeds naar den eisch der omstandigheden kan worden verdeeld (M. v. A.)

Art. 24. Alvorens de goedkeuring van Onzen Minister van Justitie op den rooster of op de wijziging daarvan te vragen, in de gevallen waarin die goedkeuring vereischt wordt, zendt de voorzitter zijn ontwerp aan de leden en de plaatsvervangende leden ter inzage. Hij voegt daarbij het verzoek binnen acht dagen na de ontvangst hunne aanmerkingen bij hem in te zenden.

Deze aanmerkingen doet de voorzitter, met het ontwerp, aan den Minister toekomen.

Overleg, vóór het opmaken van den rooster, met leden en plaatsvervangende leden is voorgeschreven teneinde zooveel mogelijk rekening te kunnen houden met de tijdstippen, waarop ieder met het minste bezwaar zijn werk kan verzuimen om deel te nemen aan de werkzaamheden van den raad van beroep. (Ant-

Sluiten