Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 27

woord der Regeering op het verslag der Comra. van Voorber. 2e Kamer).

Art. 25. Degenen, die werkgevers zijn krachtens de Ongevallenwet 1901, het bestuur der Rijksverzekeringsbank, de kamers van arbeid, de districtshoofden der arbeidsinspectie, de gemeentebesturen en alle andere openbare organen en ambtenaren verstrekken aan Gedeputeerde Staten op hun verzoek, overeenkomstig bij algemeenen maatregel van bestuur te stellen regelen, voor zoQver zij daartoe in staat zijn, de inlichtingen en opgaven, die deze voor het richtig volbrengen van hunne taak behoeven.

Bij publiekrechtelijke lichamen worden, voor de toepassing dezer bepaling, als werkgevers beschouwd degenen, die, bij artikel 33 der Ongevallenwet 1901, aangewezen zijn om de, bij artikel 32 dierzelfde wet gevorderde, aangifte te doen.

Dit artikel is gewijzigd bij de wet van 1 Juli 1909, S. 250; het eerste lid is aldus nader vastgesteld bij de wet van 1 Mei 1917, S. 358.

— Zie voor de uitvoering van dit artikel het besluit van 23 Juni 1917, S. 473, onder de bijlagen opgenomen.

Art. 26. De raad van beroep beraadslaagt en beslist met vijf leden.

Buiten den voorzitter hebben in den raad zitting twee werkgevers en twee werklieden.

Art. 27. In hetzelfde twistgeding hebben dezelfde leden bij de behandeling en de beslissing zitting in den raad van beroep.

Wordt na den aanvang van de behandeling ter terechtzitting de raadkamer onvoltallig, hetzij voor goed, hetzij tijde-

2*

Sluiten