Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 101

beid, 1 omdat het der Regeering voorkomt, dat de eigenaardige positie, welke die inspecteurs 1 innemen ten aanzien van tal van zaken, die met de uitvoering van deze wet in verband staan, de wenschelijkheid medebrengt, dat te hunnen opzichte eene afzonderlijke regeling wordt getroffen. Niet in bijzonderheden, maar in rubrieken zal wordên omschreven, met welke werkzaamheden van voorbereidend onderzoek deze inspecteurs 1 zullen mogen worden belast. (Redev. Min. van Justitie 2'-' Karaer.)

— Zie het besluit van 20 Maart 1903, S. 87 onder de bijlagen opgenomen.

Art. 100. De ambtenaar, met voorbereidend onderzoek belast, brengt tijd en plaats van een voorgenomen plaatselijk onderzoek of van een verhoor van getuigen of deskundigen, zoo mogelijk, tijdig vooraf ter kennis van partijen.

Deze kunnen bij het plaatselijk onderzoek en bij het verhoor van getuigen of deskundigen tegenwoordig zijn en verzoeken, dat door hen medegebrachte personen als getuigen of deskundigen zullen worden gehoord. De leider van een plaatselijk onderzoek kan bevelen, dat dit geheel of gedeeltelijk plaats hebbe buiten tegenwoordigheid van eene partij.

Art. 101. Vóór de behandeling van het geding ter terechtzitting worden alle daarop betrekking hebbende stukken, hetzij de oorspronkelijke stukken, hetzij door den griffier gewaarmerkte afschriften daarvan :

a. voor door den voorzitter te bepalen termijnen, welke voor ieder lid niet korter mogen zijn dan twee dagen, ter inzage gezonden aan de leden, die voor de behandeling zullen zitting nemen ;

1 Thans districtshoofden der arbeidsinspectie.

Sluiten