Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S. & J. N°. £5. 4* druk.

ACHTSTE AANVULLING

der

BEROEPSWET.

Wet van den 11 den Mei 1923, S. 199, tot wijziging van verschillende wetten, in verband met de herziening der hoogeronderwijswet.

Zie betreffende deze wet:

Bijl. Hand. 2" Kamer 1922/23, n°. 334, 1—5. Hand. id. 1922/23. bladz. 1814.

Ha,ld. 1" Kamer 1922/23, bladz. 635, 802— 803, 814.

Wij WILHELMINA, enz. . . . doen te weten : Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat door de herziening der hooger-onderwijswet bij de wetten van 1 Maart 1920 (Staatsblad n°. 105) en van 11 Juni 1921 (Staatsblad n°. 782) verschillende andere wetten wijziging behoeven; Zoo is het, dat Wij, den Raad van State, enz. Art. 1. enz.

6. In de Beroepswet worden de volgende wijzigingen aangebracht :

I. Het tweede lid van artikel 7 wordt gelezen :

„Zij moeten aan eene Rijks- of daarmede gelijkgestelde Nederlandsche Universiteit hebven verkregen :

hetzij den graad van doctor in de staatswetenschap of in de rechtswetenschap,

hetzij den graad van doctor in de rechtsgeleerdheid of de hoedanigheid van meester in de rechten, mits deze graad of deze hoedanigheid verkregen is op grond van het afleggen van een examen in het Nederlandsch burgerlijk- en handelsrecht, staatsrecht en strafrecht."

II. In het laatste lid van artikel 8a worden de woorden „een diploma" vervangen door : „eenen graad of eene hoedanigheid".

III. Het tweede lid van artikel 44 wordt gelezen:

„Zij moeten aan eene Rijks- of daarmede gelijkgestelde Nederlandsche Universiteit hebben verkregen :

hetzij den graad van doctor in de staatswetenschap of in de rechtswetenschap,

hetzij den graad van doctor in de rechtsgeleerdheid of de hoedanigheid van meester in de rechten, mits deze graad of deze hoedanigheid verkregen is op grond van het afleggen van een examen in het Nederlandsch burgerlijken handelsrecht, staatsrecht en strafrecht."

IV. In het laatst 1 id van artikel 44» worden

Sluiten